
12 bouwverslagen uit 2023 van Miniworld Rotterdam, per maand: Rails en electronica in Schotland, Drovers Inn Inverarnan, Glenfinnan Viaduct.
Alle bouwverslagen van 2023 uit het atelier van Miniworld Rotterdam op één pagina, per maand. Zo zie je hoe de miniatuurwereld in 2023 groeide.
Januari 2023

We hebben ambitieuze plannen om ons Schotland – en daarmee heel Groot-Brittannië-in-miniatuur – snel te voltooien. U weet ongetwijfeld dat dat megaproject een heel grote vertraging heeft opgelopen, maar met ingang van dit jaar kunnen we mensen en middelen weer inzetten in onze kelder.
Op de ‘ruwbouw’ zijn onze modelbaan-collega’s druk bezig met het aanleggen van rails. Heel veel rails, honderden meters! Waar die rails zichtbaar zijn voor het publiek, moeten ze natuurlijk kaarsrecht liggen (op de bochten na, uiteraard), maar het is onze mensen de eer te na om de ‘schaduwsporen’ niet óók helemaal volgens het vooraf vastgestelde schema uit te lijnen.
Zo nu en dan moet je je als enthousiaste ‘raillegger’ in vreemde bochten wringen om overal bij te kunnen en ook nog iets te kunnen doen: rails goed op hun plaats krijgen moet je soms doen terwijl je op andere rails ligt… Van ‘raillegger’ tot ‘railligger’, dus…
Rails zijn nog maar het begin van het verhaal. Elektrische treinen hebben nu eenmaal meer nodig dan alleen rails om te kunnen rijden, zeker als er sprake is van computer-gestuurde treinregeling. Behalve die rails en wissels moeten er ook zogenoemde blokmarkeringen en -scheidingen, aansluitingen, elektronicacomponenten, onderdelen van het besturingssysteem en niet te vergeten de bekabeling en de benodigde elektriciteitsvoorzieningen worden aangelegd en geïnstalleerd.
Dat dit alles alleen maar lukt als je kunt steunen op minutieus uitgewerkte en zeer gedetailleerde plannen, staat als een paal boven water. Desondanks petje af voor de collega’s die de weg weten in deze warboel en er zelfs een volledig naar behoren werkende treinbaan van weten te maken ook!
De foto hier rechts is een ‘still’ uit een filmpje (we hebben het op YouTube gezet; klik hier) dat we hebben gemaakt tijdens de werkzaamheden van onze collega’s. Leuk om te zien wat je soms voor het uitvoeren van een montage- en installatieklusje moet overhebben…
Op de plekken waar dat al kan (omdat er al rails liggen of omdat er geen rails gelegd hoeven te worden) is de landschapsbouw in volle hevigheid losgebarsten.
Op de ene plek worden weer kilo’s gips verwerkt tot majestueuze bergen en elders is er een ‘proefopstelling’ van twee Schotse kastelen: het bekende Eilean Donan Castle dat in het ‘Loch’ geplaatst gaat worden en op de rotspunt de ruïne van Greenan Castle. In het echt staan ze in Schotland niet zo dicht bij elkaar, maar ja, we moeten soms creatief omgaan met de werkelijkheid en een beetje improviseren…
Op het schiereiland Trotternish van het Schotse eiland Skye vindt men een rotsachtige heuvel die is gevormd door een aardverschuiving. Die heuvel kreeg in de loop van de tijd de naam ‘The Storr’. Het is een steile, op het oosten gerichte rotswand boven de Sound of Raasay en contrasteert sterk met de zacht glooiende heuvels die het landschap ten westen ervan kenmerken.
The Storr is een hoogtepunt in het landschap van Skye en de langste aardverschuiving van Groot-Brittannië. Het gebied voor de steile wand noemt men ‘the Sanctuary’; het bestaat uit een aantal rotspilaren van ongewone vorm, overblijfsels van oude aardverschuivingen. Een van de bekendste is de ‘Old Man of Storr’, ook omdat er vanaf het nabijgelegen Loch Leathan een (vaak druk) wandelpad langsloopt. Zo’n bekende oude baas mag in ons Schotland natuurlijk niet ontbreken! Op de foto hieronder wordt hij heel precies nagebouwd door onze modelbouwer annex gipskunstenaar.
Elders in ons Groot-Brittannië gaat het werk ook gewoon door. Op de foto hierboven van een deel van het Victoriaanse kavel staat onze interpretatie van de Caen Locks – we hebben jammer genoeg niet voldoende ruimte om alle 29 (!) sluizen die dit complex in het echt telt in het klein na te maken. Dat ruimtegebrek verhindert ons echter niet om ervoor te zorgen dat er een aantal zogenoemde narrowboats bij de sluizen gaat ‘rondvaren’.
Een narrowboat is een bekend Brits vaartuig. Tegenwoordig vooral in gebruik voor vakantiedoeleinden, maar vroeger een van de meest gebruikte middelen van vervoer voor zowel vracht als passagiers. Zo’n boot werd voortgetrokken door een paard dat over het jaagpad (een voetpad langs het water) liep. Als de vervoerder geen paard kon bekostigen, had hij daarvoor iemand in dienst - of hij trok de boot zelf… Later werden ze van motoren voorzien.
Wat maakt een boot nu een narrowboat? Dat is de breedte: die mag niet groter zijn dan 7 voet, ofwel 213 cm, om door de smalle Engelse kanalen te kunnen manoeuvreren. Enkele oudere exemplaren die een paar centimeter breder zijn, kunnen problemen krijgen bij bepaalde smalle sluizen waar de breedte door verzakking is afgenomen. Moderne narrowboats worden gebouwd met een maximale breedte van 208 cm.
Hier is onze collega – die misschien zelf nooit had verwacht ooit nog eens een echte botenbouwer te worden – bezig om met behulp van de lintzaag van de Stichting Modelgroep Nederland (die een deel van onze kelder in bruikleen heeft) onderdelen te maken voor die narrowboats. Goede kans dat ze er net zo spectaculair uit gaan zien als het fraaie exemplaar op de foto hieronder.
Even iets heel anders. Op de foto hierboven is een van onze collega’s druk bezig om een reparatie te verrichten aan de leuning bij Hotel New York.
Een (waarschijnlijk jeugdige) bezoeker kon het niet laten om er zijn merkteken op aan te brengen: u ziet zijn met een scherp voorwerp ingekerfde uitroep rechts.
Een teken des tijds? Kennelijk is het tegenwoordig voor sommigen nogal moeilijk om zich te realiseren dat vele mensen een heleboel energie steken in het zo mooi en netjes mogelijk houden van onze attractie.
Je wordt bedankt, makker (m/v)!
We blijven even in onderhoudssferen. In het vorige Bouwverslag hebt u kunnen lezen dat de kerstman een bezoek heeft gebracht aan de miniatuurwereld. Het is inmiddels februari, dus hij is allang weer terug naar zijn woonplaats (waar die precies ligt, is onzeker: volgens de Amerikanen staat de woning van de kerstman op de Noordpool, maar de meeste Europeanen zijn van mening dat hij in Rovaniemi in Finland woont…).
Hoe dan ook, hij is weg en met hem de winterse taferelen – althans, in de echte wereld. Daar hoeven we alleen maar te wachten op een paar dagen met dooi om van die sneeuwrommel af te komen, maar in de miniatuurwereld hebben we daar een rustige collega met een voorzichtig gehanteerde ministofzuiger op standje ‘laag’ voor nodig.
Een voordeel: eventueel per ongeluk mee-verwijderde auto’s, bomen, struiken, bewoners én kerstman kunnen redelijk eenvoudig worden gered…
Een continu proces: treinonderhoud. We prijzen ons gelukkig dat er heel wat collega’s zijn die er geen genoeg van kunnen krijgen! Of het nu gaat om het nalopen van een stel NS-dubbeldeksrijtuigen of het repareren van een los draadje in een D-treinrijtuig, het werk wordt geklaard. Daarnaast moeten we ook de realiteit in het oog houden: als in de echte wereld een treinstel een andere kleurstelling krijgt, moet onze miniatuurversie mee en dus rijdt er sinds kort een vernieuwde Thalys op onze hogesnelheidslijn.
Hierboven noemden we al het werk dat wordt gedaan om de Caen Locks in het Victoriaanse kavel wat te verlevendigen. Hiernaast kunt u zien hoe de eerste tekenen van de milieuvervuiling zichtbaar worden die een gevolg was van de industrialisatie in Engeland halverwege de19e eeuw: ook in miniatuur braken de schoorstenen nu roetwolken uit…
Om dit voor elkaar te krijgen, moesten we wel eerst tijdelijk twee gebouwen verwijderen, en wel de twee die op de foto hierboven op de voorgrond liggen.
Heeft wel als voordeel dat de mooie stoommachine in het ‘opengewerkte’ pand links weer goed zichtbaar is…
Er staan nog meer schoorstenen ‘in de wacht’ om op de hen toegewezen plek te worden geplaatst. U ziet op de foto hierboven ook dat er rechts ruimte is vrijgemaakt voor een nieuw, mooi voortbrengsel van ons modelbouwatelier. Zie het volgende item!
Foto’s als deze hebt u al vaker gezien. Ons AutoCad-programma heeft aan de basis gestaan van een grote reeks maquettes. Hier herkent u de contouren van het station dat al werd voorgesteld in eerdere Bouwverslagen: Ashburton Railway Station. Dat is inmiddels klaar, zoals u hebt kunnen lezen (en hebt kunnen zien, als u bent langs-gekomen in onze miniatuurwereld), maar er is meer te beleven!
Zo heeft onze modelbouwer zich uitgeleefd op het nabouwen van de schaftkeet die indertijd op het terrein van het station stond. Hij is wat moeilijk te onderscheiden op de foto rechts, maar als u de wijsvinger volgt, ontdekt u hem beslist!
U bent het vast met ons eens als we zeggen dat het priegelwerk (want dat was het) een bijzonder leuk resultaat heeft opgeleverd.
Maar, een stationsgebouw en een schaftkeet maken samen nog niet meteen een realistisch station uit het stoomtijdperk. Er moest ook een watertoren bij: in het stoomtijdperk een onmisbaar attribuut, want zonder water (en kolen) geen stoom en zonder stoom geen rijdende stoomtrein…
Dat was best lastig, want op het eerste gezicht ontbrak zo’n watertoren op Ashburtons emplacement, maar lang zoeken leverde uiteindelijk deze wat wazige foto op.
Een paar onderdelen van de opbouw van de watertoren; ook de kraan die diende om het water in de vulmond bovenop de stoomlocomotief te laten stromen, is klaar om op zijn plek gezet te worden…
… en hier een voortbrengsel van de lasersnijder: een aantal met het AutoCad-programma getekende ‘gepopnagelde ijzeren balken’ die gaan dienen als de pilaren waarop de constructie rust.
Rechts is te zien hoe onze modelbouwer karton aan het buigen is (op dezelfde manier als in het echt metaal wordt gebogen) voor het ronde dak van de watertoren.
Hieronder Ashburton Railway Station op zijn plek, wachtend op de aansluiting op het elektriciteitsnet van de miniatuurwereld. De schaftkeet komt daar nog bij en dat geldt ook voor de watertoren als die klaar is.
Overigens: herkent u de eigenaar van het fabriekje vlak achter het station?
Tot slot nog een paar mooie foto’s van de voortgang die we boeken bij het aanleggen van de binnen-en buitenverlichting van de gebouwen en bouwwerken in ons Engeland en Wales.
Februari 2023

Dit fraaie gebouw is de maquette van Drovers Inn, een bekende herberg annex hotel en pub in Inverarnan, een plaatsje aan de A82 op een goede 40 km ten noordwesten van Glasgow. Het ligt iets ten noorden van het bekende Loch Lomond, onderdeel van het ‘Loch Lomond and Trossachs National Park’.
Het al eeuwenoude hotel is een gewaardeerd vertrekpunt voor toeristische uitstapjes in de omgeving, maar – zoals zoveel Schotse gebouwen – het staat ook bekend als een van de locaties waar een echte geest rondwaart. Op YouTube staat een filmpje van een van de CCTV-camera’s in het hotel waarop die geest te zien is! Eens kijken? Klik hier.
Een van onze modelbouwers/elektronicaspecialisten heeft zich opgeworpen om onze maquette van Drovers Inn van natuurgetrouwe verlichting te voorzien. Daarvoor moest het een en ander aan bedrading worden aangelegd.
Hij is zelfs zover gegaan dat hij ook een minder grijpbare zaak voor elkaar heeft gekregen: onze Drovers Inn is uitgerust met net zo’n griezelige geest als het origineel, al moest de onze op schaal en is hij dus een factor 87 kleiner… Maakt hem toch wat minder griezelig! Ziet u hem op de foto hieronder?
Een op het eerste gezicht wat smoezelige verzameling voortbrengsels van onze laser-snijder zijn de gevels van een bekende kapel vlak bij het Schotse plaatsje Lochailort, dat ligt aan de (bijna) gelijknamige baai van Loch Ailort.
De kapel heeft als bijnaam ‘Our Lady of the Braes’ en is gebouwd in 1872. De enigszins oneerbiedige omschrijving op toeristische websites beschrijft hem een ‘eenvoudige witte doos met steunbalken en Gotische ramen’, maar geeft ook toe dat hij op een adembenemende plek ligt op een heuveltop boven Loch Ailort.
Berichten in lokale kranten meldden het voornemen van de eigenaar van het gebouw dat hij er een woonhuis van wilde maken. Of dat ook gebeurd is, is ons niet bekend…
De onder het gezag van de Rooms-Katholieke kerk gebouwde kapel diende indertijd de parochies van Ardnish en Polnish, maar die zijn al lang verdwenen. De kapel bleef als eenzaam monument in het landschap staan.
Gelukkig lopen de A830 én een spoorbaan erlangs. Die laatste is te zien op de foto rechts, waarop naast de kapel ook een andere toeristische attractie staat: de bekende ‘Jacobite’-stoomtrein. Die is als ‘Hogwarts Express’ ook bekend uit de Harry Potter-films. Hij rijdt van Pasen tot eind oktober één keer per dag een bij toeristen zeer gewild traject van Fort William naar Mallaig en weer terug en passeert daarbij onder andere het wereldberoemde Glenfinnan viaduct, en dus ook ‘Our Lady of the Braes’.
We blijven nog even in Schotland – u weet dat we daar met man en macht aan het werk zijn om onze ambitieuze doelstelling ‘klaar en dus open in de zomervakantie van dit jaar’ te kunnen halen. Het object hierboven lijkt misschien een beetje op een verweerd handvat van een oud keukenkastje, maar dat is het zeker niet.
Het is de ruwe basis van wat onze kopie van de Carrbridge Packhorse Bridge wordt. Dat is voor zover bekend de oudste stenen brug in de Schotse Hooglanden. Hij werd gebouwd over de rivier de Dulnain bij Carrbridge, een stadje op een 20 km ten zuid-oosten van Inverness in de buurt van het ‘Cairngorms National Park’.
Reizigers en bewoners van de streek hadden regelmatig last van de stroomversnellingen die in die tijd in de Dunain voorkwamen. Het was dan in de verre omtrek onmogelijk om de rivier over te steken. Brigadegeneraal Alexander Grant of Grant betaalde namens de parochie van Duthill een bedrag van £ 100 aan John Niccelsone (nu zou hij ‘Nicholson’ heten), een metselaar uit Ballindaloch, om een brug te bouwen en die deed dat tussen mei en oktober 1717.
Een belangrijk doel van de brug was om begrafenissen doorgang te kunnen laten vinden. Om die reden kreeg hij dan ook al snel de bijnaam ‘de lijkkistbrug’…
Onze brug begon zijn leven als een halfronde boog van dik karton, waaroverheen gips werd aangebracht. De beide ‘opritten’ zijn ook gemaakt van gips.
Het restant is, zo zonder leuningen, nogal griezelig om over te steken. Gelukkig heeft men dat al vele jaren geleden verboden, al wil een enkele toerist dat verbod nog wel eens negeren om zich op de brug te kunnen laten fotograferen …
In het Bouwverslag van december 2022 vertelden we over Dun Telve Broch, een typisch bouwwerk waarvan er in de IJzertijd tientallen zijn gebouwd in de Highlands.
We hebben er nog eentje gemaakt: dit is een maquette van Archlochan Broch, die heeft gestaan ruwweg halverwege tussen Ullapool en Lochinver aan de westkust van de Highlands. Hij heeft een ‘educatieve doelstelling’: hij is aan één kant open, zodat onze bezoekers ook de binnenkant kunnen bekijken.
Op basis van een document (interesse? Klik hier) waarin over deze Broch wordt verteld en een impressie wordt gegeven van hoe hij eruit gezien kan hebben, is deze maquette opgebouwd.
De herkenbare kegelvorm op de foto hierboven heeft een tweede muur gekregen met daarbinnen vloeren op diverse hoogtes. Ook de koepelvormige stenen schuurtjes staan op hun plek.
Momenteel is er van het origineel niets meer te zien, behalve een flauwe indruk van een cirkel van stenen op de grond. Het materiaal van de broch is ergens in de afgelopen eeuwen gebruikt voor de bouw van huizen en muurtjes in de omgeving…
Intussen gaat het leggen van de rails in het Schotse deel dat het dichtst bij ingang van ons Groot-Brittannië ligt, gewoon door.
Meter na meter rails wordt geplaatst, uitgelijnd, waar nodig passend gemaakt en met kleine spijkertjes vastgezet.
Op basis van gedetailleerde schema’s plaatsen onze collega’s blokmarkeringen en -onderbrekingen en vrij/bezet-melders, boren gaten voor de doorvoer van stroom-draden, monteren wisselmotoren op de juiste plek en doen verder alles wat komt kijken bij het creëren van wat de basis is van een modelbaan: het sporenplan.
Naast de treinrails moeten ook de wegen voor het Car System in een vroeg stadium worden aangelegd, zodat straks, als alles is afgewerkt, ook de Schotse bussen en vrachtwagens hun dagelijkse rondjes kunnen gaan afleggen. Op de foto hieronder is daar al een stukje van te zien.
U ziet ook dat onze modelbaanbouwers - en velen van hen zijn niet meer de jongsten! - nog wel eens moeilijke capriolen moeten uithalen om op hun werkplek te kunnen komen…
De elektrische locomotief op de foto hierboven is er eentje van de 1000-serie, en wel nummer 1010. De tien locomotieven van deze reeks waren de eerste eigen locomotieven van de NS; ze zijn van 1948 tot 1982 in dienst geweest.
Het bijzondere aan dit model is dat het van origine een analoog model is, dat door een van onze treintechneuten is omgebouwd naar digitaal. Daardoor kan hij nu mooi een reeks D-treinrijtuigen rondtrekken door de miniatuurwereld.
Leuk weetje: het origineel van deze locomotief, het enig overgebleven exemplaar van deze serie, staat in het Spoorwegmuseum in Utrecht.
Rotterdamser dan op de foto rechts kan het bijna niet worden: een ‘Den Oudsten’ RET-bus (die onderdeel is van een schenking) én een oude RET-tram (een mini-Oliebollenrit, misschien?) samen op de Erasmusbrug.
Het enige dat ontbreekt (gelukkig maar…) is het slechte weer: hierboven staan twee DDM-dubbeldekkers tijdens een winterse avondspits op Station Rotterdam Centraal te wachten op passagiers.
Op de foto rechtsboven staat een andere NS-dubbeldekker: een exemplaar van de ‘Plan-Z’-serie, die officieel de bijnaam ‘Koploper’ heeft gekregen. Hij staat in de loods van het stoomdepot, goed zichtbaar als u deelneemt aan een rondleiding.
Aan onze ‘museumspoorlijn’ liggen diverse stationnetjes. Hier vertrekt bij een daarvan net een ‘museumtrein’: een elektrische locomotief van de 1100-serie in Pruisisch blauw trekt een rijtuig in dezelfde kleur op gang om mini-toeristen naar hun bestemming te brengen.
De foto hieronder toont dezelfde scène, maar dan van boven. Nu kunt u ook die mooie ouderwetse voetgangersbrug over de sporen zien!
Dit is een foto van de onderkant van een van onze locomotieven uit de 1100-serie. Hij vertoonde wat probleempjes bij het rijden, net als een andere exemplaar van dezelfde locomotief en dus besloten onze treintechnici om beide eens een goede, grondige schoonmaak- en onderhoudsbeurt te geven. Dan gaat zo’n machine ook helemaal uit elkaar.
Rechts ziet u het gietijzeren frame, waarin links van het midden nog net een van de draaistellen zichtbaar is. De sporen van heel wat uren rijden zijn duidelijk zichtbaar!
Nadat het frame is ontdaan van alle aanslag van olie, vet, stof en ander ongerief ligt het er weer blinkend bij.
Ook de draaistellen worden volledig uit elkaar gehaald en schoongemaakt. Dit is het aangedreven draaistel waarin naast de wielassen ook een stel tandwielen op opsteek-assen zit die zorgen voor het tegelijk en even hard draaien van de twee wielassen. Ook hier doet een badje en een zachte borstel wonderen!
Niet alleen de mechanische, ook de elektrische en elektronische onderdelen komen aan de beurt. Draadverbindingen worden nagelopen, indien nodig opnieuw gesoldeerd en soms helemaal vervangen.
Als alles weer helemaal schoon is, de draaiende delen opnieuw in de olie en het vet zijn gezet, de verlichting en andere functies zijn gecontroleerd en de kap weer is terug-geplaatst, zijn de locs weer klaar voor het afleggen van vele kilometers.
Dit oude fabriekje, dat onderdeel is van het Victoriaanse kavel in het Engels/Welshe deel van Groot-Brittannië, is uitgebreid met verlichting. Zo brandt aan de linkerkant een groot vuur (misschien is het een smidse?) en is achter de open deur een werknemer te zien die iets aan het doen is.
Wat is niet duidelijk, maar wél dat er een grote hoeveelheid licht bij wordt geproduceerd, zoals u hieronder kunt zien.
Op en rond het toernooiveld van onze Middeleeuwse ridders branden nu ook vuren en toortsen (al zijn dat ongevaarlijke led-lampjes). Hier moeten we zuinig zijn met het aanbrengen van verlichting, omdat felle lampen in de eerste plaats niet echt passen bij zo’n historisch tafereel en in de tweede plaats klachten van onze mini-toernooiridders kunnen opleveren, omdat ze daar last van hebben wanneer ze met gevelde lans op elkaar afstormen…
Bij de bovenste sluizen van de Caen Locks (we gaan nog even terug naar het Victori-aanse kavel) staat een statig pand. Dat ziet er als er achter de ramen wat lampen branden en ook de voordeur fraai wordt verlicht, een stuk leuker uit. Dat geldt ook voor de hele straat met die vele brandende straatlantaarns.
Aan de andere kant van het sluizencomplex staat een rij typisch Britse woninkjes. Inspiratie voor deze straat is opgedaan in de televisieserie ‘Peaky Blinders’. Ook deze huisjes krijgen stuk voor stuk hun eigen lichtbron.
Als te zijner tijd ook in ons Groot-Brittannië de dag/nacht-cyclus operationeel is, is er dankzij al die lampjes in de Miniwqorld-nacht net zoveel leuks te zien als overdag!
Maart 2023

We hebben het al eerder gezegd: het is Schotland (en in mindere mate ook Engeland en Wales) dat de klok slaat in deze maanden. Daarom in dit Bouwverslag een hoop ‘overzeese’ onderwerpen!
Op de foto hierboven ziet u ons Glenfinnan Viaduct. Dat hebben we eerder al laten zien, maar het staat nu omringd door hoge bergen. Onze maquettebouwers hebben volgens de beproefde techniek eerst fijnmazig gaas gespannen over het houten ‘skelet’, dat op de foto rechts nog voor een deel te zien is. Daarna hebben ze vele kilo’s gips uitgesmeerd, laten uitharden en in allerlei grillige structuren veranderd. Uiteraard moeten bij dat werk de al gelegde spoorrails en Car System-wegen zorgvulidg worden afgeplakt, want uitgehard gips weer verwijderen van plekken waar het niet hoort is een heel vervelende klus.
Op de voorgrond van de foto rechts een zorgvuldig ingebedde spoorbrug die een Schots riviertje overspant. Deze brug is geïnspireerd op de Invershin Railway Bridge (ook wel het Shin Railway Viaduct genoemd) die de Kyle of Sutherland overspant als onderdeel van de ‘Far North Line’ tussen Inverness en Wick en Thurso in het verre noorden van de Schotse Highlands. De brug werd geopend in 1868 en is een ontwerp van Joseph Mitchell en Murdoch Paterson. Onze brug heeft maar één boog links en rechts; het origineel heeft er twee aan de ene en drie aan de andere kant. Hieronder een detailfoto.
‘The Old Man of Storr’, in een vorig Bouwverslag nog maagdelijk wit, heeft net als het omringende gebergte inmiddels een natuurgtrouwe bruinachtig grijze kleur gekregen, precies zoals het origineel op het Schotse eiland Skye. Daardoor steekt hij wat minder af tegen de achtergrond, maar even goed kijken op de foto hier rechtsboven loont de moeite!
Wat meer op de voorgrond staat nog een andere spoorbrug in ‘testopstelling’. Dit is onze versie van de Garmouth Spey Bridge, waarover in vroeger jaren een enkelsporige lijn liep die de plaatsen Portsoy en Elgin verbond. Hij werd ontworpen door Blyth en Cunningham en Patrick Barnett en gebouwd tussen 1883 en 1886 door Blaikie Bros. uit Aberdeen. In 1968 werd de lijn opgeheven. De brug bleef gespaard, al verwijderde men wel de rails. Tegenwoordig wordt hij gebruikt door voetgangers en fietsers. Bij ons blijft er een trein overheen rijden!
De foto hieronder laat wat duidelijker zien waar onze Garmouth Spey Bridge in de ‘Glenfinnan Valley’ komt te staan (die naam bestaat niet in het echt, maar we hebben het al eerder gezegd: we moeten het soms een beetje afwijken van de realiteit).
Rechts is te zien dat de autobussen en vrachtwagens van ons Car System het over een tijdje best zwaar krijgen op die bochtige en zo hier en daar steile wegen!
Stroomde het ‘riviertje’ onder de Invershin Railway Bridge een paar foto’s eerder nog tussen witte gipsheuvels, nu is te zien dat het een meer natuurgetrouwe omgeving heeft gekregen. De steil oplopende oevers zijn in de juiste kleuren geschilderd en hier en daar al bestrooid met ‘gras’.
Rotsen genoeg in Schotland, en die zijn natuurlijk niet allemaal van dezelfde steensoort. Dus moeten ook op die miniatuur-rivieroevers verschillende soorten ‘rots’ worden gemaakt en dat doen we door verschillende kleuren verf te gebruiken. Als je dan ook nog wat losse stukken en stukjes gips gebruikt om daar ‘leisteen’ van te maken, is het uiteindelijke resultaat niet van een echte natuurfoto te onderscheiden!
Weer een paar dagen later: de eerst nog witte rivierbedding is omgetoverd tot een echte rivier, dankzij de kundige handen van een van onze modelbouwers en verf in een aantal kleuren blauw. Wilt u zien hoe dit in zijn werk gaat? We hebben een klein filmpje geüpload naar YouTube. Klik hier als u het wilt bekijken.
Zo wordt dit stukje Schotland hoe langer hoe realistischer, zeker als je ook nog eens een paar kanoërs in dat riviertje plaatst!
Voor de aardigheid nog even deze drie foto’s van hetzelfde stukje Schotland, maar dan met een tussenpoos van een paar weken. U ziet dat er op de rechter foto ook nog een brug is ingebouwd onder de Car System-weg.
De laatste foto’s van deze reeks geven een beeld van onze Schotse interpretatie van ‘georganiseerde en gestructureerde chaos’.
Waar bergen, ravijnen, valleien, beken en rivieren zijn en ook nog eens spoor- en verkeerswegen (moeten) worden aangelegd, ontkomt men niet aan de aanleg van tunnels en bruggen. Die zijn er in Schotland dan ook in vele soorten en afmetingen en er zijn ook heel oude bij, zoals u in het vorige Bouwverslag hebt kunnen lezen.
De hier getoonde drie exemplaren zijn van recenter datum. De eerste op deze foto’s overspant een ravijntje. Eigenlijk een redelijk simpele constructie: op een frame van multiplex hebben we stukken karton gelijmd waarin door onze lasersnijmachine voegen zijn ingebrand. Zo krijg je stenen…
De aansluiting op de rotswanden moet aan de linkerkant nog worden aangebracht. Die aan de rechterkant is deels al klaar, al moet er daar nog wel een schilderskwastje aan te pas komen.
De tweede brug bevindt zich op hoog niveau: onze modelbouwer staat hier bijna met zijn hoofd tegen het plafond terwijl hij de onderdelen van deze boogbrug op hun plaats aan het zetten is. Dit is onze versie van de Bridge of Avon over de rivier de Avon bij het plaatsje Ballindalloch in Moray, zo’n 50 km ten oosten van Inverness. De brug is gebouwd tussen 1800 en 1801 door George Burn en ook deze brug is gesloten voor verkeer en alleen nog bestemd voor voetgangers. Bij ons rijdt er een trein overheen!
De ‘hoofdboog’ krijgt als eerste zijn plek, waarbij het van belang is dat hij exact in de lijn komt te liggen van de spoorbaan die eroverheen gaat lopen. Daarna zijn de twee kleinere zijbogen aan de beurt, die ook goed uitgelijnd moeten worden. Niet alleen voor een goede treinenloop (hoewel die natuurlijk heel belangrijk is), maar ook voor het oog van de toeschouwer. De drie bogen moeten uiteindelijk samen één brug worden.
De bouwwijze is identiek: multiplex delen beplakt met gelaserd karton. Het vaardig hanteren van schilderskwast en verf in diverse kleuren heeft dit mooie bouwwerk als resultaat.
De derde brug (zie de foto hieronder) is op het eerste gezicht wat simpeler, al is het alleen al om het feit dat hij maar één boog heeft. Daarnaast is het een brug voor het wegverkeer. Deze brug is helemaal pas gemaakt op de steile hellingen van de rivierovers; de constructiewijze is identiek aan die van de andere twee.
Eenmaal ingepast en zo hier en daar nog voorzien van wat vlekken en andere sporen van de tand des tijds, is ook deze brug een mooie toevoeging aan onze miniatuurwereld.
De foto’s laten dat duidelijk zien (al wordt de show op de eerste wel een beetje gestolen door die mooie spoorbrug op de voorgrond…)
Niet alleen ‘bovengronds’, ook onder de basis van de miniatuurwereld zijn we druk bezig. Een megaklus: het aanleggen, controleren en testen van de bekabeling. Kabels voor de stroomvoorziening van elektrische en elektronische componenten en voor de signaalsturing naar treinen, vrachtwagens, wissels, seinen en verkeerslichten.
Het ‘spontaan’ aan- en uitgaan van verlichting in en om gebouwen en objecten wordt geregeld via kabels en ook het functioneren van het hele zichtbare en onzichtbare spoorwegnet hangt letterlijk van kabeltjes aan elkaar.
Hier een ode aan onze kabelleggers!
Soms gaat het ’t handigst als je even wat collega’s oproept om te komen assisteren, want in je eentje een kabel trekken van de kelder naar de Commando Centrale is lastig…
In de laatste nieuwsbrieven hebt u kunnen lezen over onze zoektocht naar de 1.000.000ste bezoeker van onze attractie. Die heeft op 6 maart 2022 onze miniatuurwereld bezocht.
Tot op heden heeft de zoektocht geen resultaat opgeleverd, maar ons modelbouw-atelier heeft wel een paar mooie aanplakborden gemaakt die op diverse plaatsen voor een kleine oploop zorgden. Hier een impressie!
(Bij Baroeg was het tijdens het maken van de foto nog rustig, waarschijnlijk – gezien het rijtje gestalde fietsen – omdat een heleboel mensen binnen aan het genieten was van de live muziek.)
Behalve de diverse billboards trok ook het gouden beeld waarmee aandacht werd gevraagd voor die 1.000.000ste bezoeker de nodige aandacht. Helaas bleek ook geen van de inwoners van onze miniatuurwereld ons verder te kunnen helpen in onze zoektocht.
Hier zijn twee van onze elektronica-experts bezig om natuurgetrouwe verlichting in te bouwen in Ashburton Railway Station, waarvan we al eerder foto’s van de bouw in een Bouwverslag hebben laten zien en dat zijn plek heeft gekregen in ons Victoriaanse kavel, zoals u verderop kunt zien.
Die dunne draadjes aan elkaar solderen is best lastig als je maar twee handen hebt, want in een van die twee moet je nu eenmaal ook een soldeerboutje vasthouden.
Een tweede paar handen is dan zeer welkom, maar wat te doen als de eigenaar van dat tweede paar een afwijkende mening heeft over hoe de klus het beste kan worden aangevat? Dat resulteert wel eens in, ehhh, laten we het maar ‘discussie’ noemen…
Uit de foto’s blijkt dat overigens niet. De heren hebben al zo’n lange werkrelatie dat zo’n discussie nooit het stadium van meningsverschil bereikt en eerder plezierig dan vervelend is!
Ze zijn er dan ook moeiteloos in geslaagd om licht te brengen in de lokale duisternis. Dankzij hun gecoördineerde inspanning zullen de reizigers, wegbrengers en afhalers ook in dit treinstation eenvoudig hun weg kunnen vinden als het donker wordt.
In het Victoriaanse kavel, dat zoals u waarschijnlijk wel weet een beeld geeft van Engeland tijdens de Industriële Revolutie, worden de kenmerken van die revolutie steeds duidelijker. In bijna elke fabriek en werkplaats wordt gewerkt. Stoommachines drijven apparaten aan, in smidsen worden allerlei ijzeren voorwerpen gesmeed en zelfs zijn er al lassers bezig om die nieuwe techniek uit te proberen. Helaas kunnen we dat nauwelijks laten zien op foto’s, maar gelukkig kan er tegenwoordig veel: klik hier voor een (kort) filmpje op YouTube!
Ook het Great Laxey Wheel is in werking. Het origineel, gebouwd in 1854, is ’s werelds grootste werkende waterrad en staat in de Glen Mooar Valley bij het dorp Laxey op het Isle of Man. Het immense apparaat staat ook bekend als de ‘Lady Isabella’, naar de echtgenote van de toenmalige luitenant-gouverneur van het eiland.
Het gebruik van dit grote waterrad, dat tot doel had om water uit de zilver-, zink- en loodmijnen bij Laxey te pompen en werd aangedreven door water uit bergstroompjes, veroorzaakte in de loop van de jaren een zware verontreiniging van de rivier de Laxey die door de vallei loopt.
U kunt het Wheel aan het werk zien in dit korte YouTube-filmpje.
Even naar ons eigen land. We hebben al eerder gemeld dat de werkzaamheden aan onze versie van Delfshaven is stilgelegd. ‘Alle ballen op Schotland!’, tenslotte…
Dat heeft een van onze ’interieur- en verlichtingsspecialisten er echter niet van weerhouden om aan de slag te gaan met de maquette van een pand aan de Schiedamseweg in Delfshaven. Hij heeft dit gebouw volgens de inmiddels beproefde werkwijze voorzien van natuurgetrouwe verlichting en een interieur.
De eerste stap is het maken van een aantal kartonnen doosjes, waarmee de ruimte achter de gevels wordt opgedeeld in ‘kamers’. In die doosjes installeert hij kleine ledlampjes; op de achterkant van de doosjes plakt hij een foto van een interieur.
Dat het manipuleren van die lampjes een aardig priegelwerk is, blijkt uit de foto rechtsonder: de ledlampjes zijn maar een paar millimeter groot. Lampjes van het type op deze foto zijn gebruikt voor het verlichten van de balkonnetjes op de foto daaronder.
Hierboven ziet u hoe zo’n doos wordt opgebouwd. De ledlampjes zijn aangebracht en het interieur ligt klaar om de kamer ‘aan te kleden’. De ‘ramen’ in dit gebouw zijn gemaakt van dun matglas. Daardoor is het interieur nog redelijk zichtbaar. Een andere manier om zo’n interieur te creëren is het printen van de interieurfoto’s op transparante folie, stuk voor stuk uitknippen en op de binnenkant van het raam plakken.
Hoe ver we gaan in ons streven om alles zo natuurgetrouw mogelijk weer te geven blijkt uit de opmerking van onze maquettebouwer: “Ik gebruik zoveel mogelijk Google Streetview-foto’s of vergelijkbaar materiaal!” Alles bij elkaar zitten er in dit gebouw 30 ledlampjes, geconfigureerd als 14 lichtunits die afzonderlijk aan- en uitgeschakeld kunnen worden.
De foto hieronder is een still uit een klein filmpje van een kamer waarin de TV (nog zo’n ouderwetse met zo grote toeter aan de achterkant) aan staat…
Nog een paar foto’s van de nog steeds doorgaande klus van het leggen van de rails in Schotland. Eigenlijk jammer dat het merendeel van deze sporen vanaf de bezoekerskant onzichtbaar is…
Onze sporenleggers gaan onverdroten door met deze zo nodige arbeid, want als de sporen niet liggen, kunnen we ze niet aansluiten en dus niet testen en kunnen we ook niet verder met de aanleg van het landschap en het plaatsen van de gebouwen en andere objecten.
Het is niet verwonderlijk dat onze collega’s zo af en toe het spoor letterlijk bijster zijn, want het is vaak een immense puzzel om al die sporen, aansluitpunten, plekken waar de stroomdraden aan de rails moeten worden gesoldeerd, de locatie van al die bezet- en vrijmelders en wat er nog verder bij komt kijken uit elkaar te houden!
April 2023

Deze verzameling onderdelen, die afkomstig is uit de lasersnijder, is de basis voor een nieuwe maquette: die van het bedrijfspand annex showroom van De Haan Westerhoff in Gorinchem. Deze firma, bekend van binnen- en buitenzonwering in velerlei vorm, heeft een vestiging geopend in Miniworld Rotterdam. Goed nieuws voor de inwoners, want ook al hebben ze niet heel veel last van zonneschijn, inkijk is er des te meer met al die bezoekers…
De eerste foto’s dateren al van januari van dit jaar. We mochten nog niet eerder over deze nieuwe vestiging van De Haan Westerhoff vertellen, omdat we hadden afgesproken dat pas te doen als de maquette in de miniatuurwereld was geïnstalleerd. Dat is begin deze maand gebeurd; het resultaat ziet u even verderop.
Zoals meestal onze werkwijze is, zijn de afmetingen en andere kenmerken van het gebouw ingevoerd in ons AutoCad-programma. Die gegevens worden omgezet naar stuurgegevens voor de lasersnijder die heel nauwkeurig openingen in de gevels uit het karton snijdt en zaken als voegen en het mooie bedrijfslogo erin brandt.
Ook aan de binnenafwerking wordt gedacht: als je wilt dat de binnenverlichting er een beetje natuurgetrouw uitziet, moet je er wel voor zorgen dat er op de juiste plekken binnenmuren staan, zodat de diverse ruimtes naar behoefte afzonderlijk verlicht kunnen worden en het licht in de ene ruimte niet doorschijnt in de andere.
U ziet dat de gevel van onze maquette een zeer getrouwe kopie is van die van het echte pand in Goricnchem, dat op de foto hierboven staat. Weer een fraai staaltje maquettebouw!
De maquette heeft een plekje gekregen in een wijk waar wel meer bedrijfspanden staan. Dat maakt het voor de mini-servicemonteurs gemakkelijk om met de eigen auto naar het bedrijfspand te rijden (er is altijd wel parkeergelegenheid voldoende), om vandaar met een bevoorrade servicebus aan de dagelijkse job te beginnen…
…want ook vanuit de vestiging in Miniworld Rotterdam wordt de klant bediend. Tijdens de openingsuren van de attractie zijn de serviceteams van De Haan Westerhoff op pad om bij klanten zonwering te monteren of – dat komt ook wel eens voor - een storing te verhelpen.
De herkenbare servicebussen zijn op diverse plaatsen te zien, zowel op het platteland als midden in de stad, zij het dat ze (nog?) niet zijn gespot in ons groot-Brtittannië!
Onder grote belangstelling van de inwoners van onze miniatuurwereld hebben heel wat sportievelingen de Marathon van Rotterdam Miniworld gelopen. We hadden het parcours een beetje ingekort, want een volledige marathon op schaal 1:87 is nog steeds veel te groot om in de beschikbare ruimte te passen, maar daar heeft het enthousiasme van de deelnemers én de toeschouwers niet onder geleden! Zo sensationeel (bij de vrouwen, althans) als de Marathon van Rotterdam verliep die bij ons niet, al vonden alle deelnemers na afloop dat het parcours erg interessant en uitdagend was geweest.
Ook over de weersomstandigheden hadden de deelnemers niet te klagen, al zei een enkeling dat het wel lastig was om om de haverklap in het donker te moeten lopen. Het bleek te gaan om een persoon die niet woonachtig was in de miniatuurwereld en bijgevolg niet op de hoogte was van onze dag/nacht-cyclus…
Op de Erasmusbrug stonden de toeschouwers rijen dik om de lopers aan te moedigen en natuurlijk maakten we van de gelegenheid gebruik om met een strategisch opgestelde vrachtwagen wat reclame te maken voor onszelf!
Een andere op grote schaal in de miniatuurwereld gevierde gebeurtenis is Koningsdag. Al dagen van tevoren waren de voorbereidingen in volle gang. Onze collega’s hebben meters en meters aan oranje vlaggetjes en feestlogo’s geprint, uitgeknipt, opgeplakt en opgehangen, zodat de stad langzaam maar zeker in de juiste stemming kwam.
Het was ook voor de inwoners van onze miniatuurwereld een verrassing toen er ergens op een rustige kade een autobus stopte waaruit een klein groepje duidelkijk als zodanig herkenbare hoogwaardigheidsbekleders tevoorschijn kwam.
Eén bleek zelfs een oranje cape te dragen: het was niemand minder dan onze koning, die met echtgenote en enkele anderen een bezoek aan de stad bracht.
In het gezelschap werd overigens ook een nogal onconventioneel geklede persoon gesignaleerd die hardnekkig weigerde om wat afstand te nemen. Men heeft onderzoek gedaan naar zijn identiteit, maar dat heeft tot op heden geen resultaat opgeleverd.
Een enkel gerucht doet de ronde dat het zou gaan om een volgens eigen zeggen notoire fan van het koningshuis.
Nog een ‘nieuwkomer’ in Miniworld: CWS, de grootste specialist in hygiëne, (beschermende) bedrijfskleding, brandbeveiliging, vloerverzorging in de vorm van schoonloopmatten en zogenoemde cleanrooms.
Een cleanroom is een zeer zuivere werkomgeving die is ontworpen om contaminatie aan het productieproces of het onderzoek dat in die omgeving plaatsvindt, te beperken en indien mogelijk uit te sluiten.
Contaminatie betekent in dit verband besmetting en/of vervuiling van het te vervaardigen dan wel te onderzoeken product.
Er staat sedert kort een aantal bedrijfswagens in de kleuren van CWS her en der in de miniatuurwereld en ook op een stel billboard-masten zijn reclames, aanbevelingen en oproepen van CWS te zien.
Aardig weetje: ook onder de inwoners van de miniatuurwereld zoekt CWS werknemers! Binnenkort gaat dat blijken uit een billboard met een wervende tekst.
U herkent op de foto hierboven ongetwijfeld onze interpretatie van Recreatieoord Hoek van Holland, feestelijk onthuld in november 2021 in aanwezigheid van recreanten en mensen die zich sterk hadden gemaakt voor het behoud van het Recreatieoord. De Gemeente Rotterdam was indertijd van plan om het park te verkopen, maar dat hebben de recreanten met elkaar weten te verhinderen.
Sedert enige tijd is het Recreatieoord in eigen beheer gekomen van de recreanten die de vereniging ‘ONS Recreatieoord’ hebben opgericht, met een eigen logo. De leden hebben meteen een mooi feit kunnen vieren: het 100-jarige bestaan van het Recreatieoord. In de loop van dit jaar gaat men op allerlei manieren aandacht besteden aan dit jubileum.
Zo werd op Eerste Paasdag de aftrap gegeven van het ‘Jubileumjaar’ met onder andere het hijsen van twee vlaggen, één met het nieuwe logo en één met de vermelding van het jubileum. De voorbereiding van de ‘feestweek’ (23 tot en met 29 juli 2023) zijn in volle gang.
Een andere actie was het planten van een heleboel bloembollen op het park. Ter gelegenheid daarvan heeft een van de recreanten een mini-bloemenlogo gemaakt, dat hij heeft aangeboden aan Miniworld Rotterdam. Dat konden (en wilden) we natuurlijk niet weigeren en dus wordt onze ingang van het recreatieoord sinds kort opgesierd met een bloeiend gedenkteken.
Genoeg gepraat over Nederland: over naar Schotland, ons ‘high priority project’. Om te beginnen met een staaltje landschapsbouw van de eerste orde: de typische ‘zuilenrotsen’ van basalt waardoor Staffa Island bekend is geworden. Dat is een van de eilanden van de Binnen-Hebriden in Argyll and Bute. De naam ‘Staffa’ is afkomstig uit het Oud-Noors en betekent ‘zuil’ of ‘pilaar’.
Basalt is een stollingsgesteente: het ontstaat als lava snel afkoelt en stolt. De vulkanische processen die tot de vorming van de rotsen hebben geleid, kunnen we helaas niet op schaal 1:87 nabootsen (het zou trouwens ook veel te veel tijd in beslag nemen…) en dus moesten onze modelbouwers een andere oplossing bedenken om een reeks van deze ‘zuilenrotsen’ te maken.
De hoge ‘zuilen’ waren al een uitdaging op zich: in een min of meer vlak oppervlak uitgehard gips kun je met een schraapmes verticale inkepingen uitkrassen. Een nauwkeurig werkje waar best een hoop tijd in gaat zitten – maar dat is een eigenschap van modelbouw die we wel vaker constateren…
De kleine rotsen aan de basis van de ‘zuilenmuur’ waren een groter probleem. Hoe maak je een natuurgetrouwe kopie van honderden van die afgebroken en verweerde basaltblokken? Met de hand uitkrassen is ‘a hell of a job’, die ook nog eens veel te lang zou gaan duren!
Onze modelbouwers zijn echter niet voor één gat te vangen. Na enig onderling overleg en wat brainstormen kwam deze oplossing bovendrijven: maak een lekker kneedbare hoeveelheid gips aan, doe dat in een lege siliconenkitbus, maak de opening van het tuitje van de bus min of meer vierkant, spuit met je kitpistool een reeks lange ‘worsten’…
…laat die goed opdrogen, breek ze in stukken van divers formaat en plaats die op een ‘speelse’ manier tegen en naast elkaar in een nog zachte gipsen ondergrond. Nu is het een kwestie van laten uitharden en dan kan de volgende fase worden gestart: het geheel in natuurgetrouwe kleuren schilderen.
Omdat bewegende beelden nog steeds veel toevoegen aan foto’s, hebben we het hele proces vastgelegd in een filmpje dat we op YouTube hebben gezet. Wilt u het zien? Klik dan hier.
Aan de andere kant van de Groot-Brittannië-‘kelder’, helemaal aan het begin van het Victoriaanse kavel, moet er (weer) een ravijn worden overbrugd. In dit geval hebben we gekozen voor een viaduct waarbij de sporen met de dwarsliggers worden gedragen door een houten onderbouw die wordt gezekerd met stalen spankabels. Zoals we wel vaker hebben gedaan, hebben we met een scheef oog gekeken naar een aantal bruggen in Engeland die op die manier zijn gebouwd. Een goed voorbeeld is het Carvedras Viaduct in Truro, Cornwall, zoals te zien is op de foto rechts.
Die houten onderbouw is een kwestie van met veel geduld een heleboel houten latjes aan elkaar lijmen. De spankabels (die u ziet op de foto hieronder) waren een nog groter priegelwerk, maar als je een natuurgetrouwe weergave wilt bereiken, is daar soms een extra inspanning voor nodig!
Als de spankabels zijn geplaats (eigenlijk jammer dat u als bezoeker ze niet echt goed kunt bekijken…), is het de beurt aan de relingen.
De reling wordt voorzichtig in één keer tussen de houten staanders geschoven en tegen het met lijm ingesmeerde brugdek gedrukt.
Als de lijm is opgedroogd, kunnen we weer een klusje afvinken op de lange ‘to-do list’ van ons Groot-Brittannië. Ook de twee mini-wandelaars die toevallig net in de buurt waren, kijken vol bewondering naar dit mooie staaltje maquettebouw!
Op een van de foto’s in het vorige Bouwverslag was deze plek al gemarkeerd met behulp van een wit stuk karton met één verticale en een aantal horizontale insnedingen. Misschien hebt u zich afgevraagd wat dat nu moest voorstellen. Wel, nu zijn we een paar stappen verder en kunnen we laten zien wat de bedoeling van dat papier was: het gaf de plek aan waar we aandacht schenken aan de Schotse mijnbouw.
Boven elkaar hebben we een aantal ‘mijngangen’ nagebouwd en daarin de nodige mijnbouwattributen geplaatst. Die hebben we natuurlijk ook in het klein gemaakt…
Ook de sanitaire voorzieningen hebben we niet vergeten…
Boven deze mijngangen, op de ‘begane grond’, staat een mijnbouwlift klaar om de kompels (of in hun eigen taal: de ‘miners’) naar hun werkplek beneden en weer terug naar boven te brengen.
Nog een ‘sfeerimpressie’ van de activiteiten die ertoe moeten leiden dat we ons doel, openstelling van ons Groot-Brittannië in de komende zomer, gaan halen. U ziet het, er moet nog wel het een en andere gebeuren, maar we blijven vol goede moed!
Op de foto rechts ziet u de plek waar te zijner tijd onze maquette van Eilean Donan Castle komt te staan, in het meer, net zoals in het echt het geval is.
Er rijden straks niet alleen treinen in ons Groot-Brittannië-in-het-klein, maar ook vrachtwagens en autobussen. Zoals voor de treinen een heleboel rails zijn gelegd, zijn voor het wegverkeer ook de nodige trajecten in het landschap ingebouwd met wissels en keerlussen die moeten worden geïnstalleerd en getest om straks een probleemloze werking te kunnen garanderen. Onze collega’s hebben het er druk mee!
Bent u geïnteresseerd in een overview van hoe het er nu voorstaat in ons Groot-Brittannië? Klik dan hier voor een YouTube-filmpje!
Toch nog even terug naar ons eigen land. U hebt het zich misschien nooit gerealiseerd, maar een van de oorzaken van het feit dat onze miniatuurwereld er zo realistisch uitziet, zijn de wegmarkeringen. Doorgetrokken en onderbroken strepen, haaientanden, oversteekplaatsen, richtingspijlen, puntstukken, stopstrepen, verdrijfvakken, noem maar op.
Die staan er natuurlijk niet vanzelf. We hebben een team dat al jarenlang bezig is om deze realistische wegkenmerken te maken, aan te brengen en te onderhouden. Er verandert natuurlijk regelmatig iets aan gebouwen en objecten en vaak moeten we dan ook wijzigingen aanbrengen in straten en wegen. Het is wel weer in het voordeel van onze wegmarkeringen dat ze niet slijten omdat er overheen wordt gereden…
De foto rechts toont een vel papier met daarop een reeks pijlen zoals u die vast herkent uit de ‘echte’ wereld. Die zijn getekend volgens de richtlijnen die zijn vastgelegd in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.
Een scherp rolmes (en niet te vergeten een vaste hand) snijden het verkeersteken los uit het vel papier.
Heel voorzichtig brengt onze collega wat lijm aan op de pijl om die vervolgens op exact de juiste plek op het weg dek te plakken. Kenners zien direct dat deze pijl vlak bij het Hofplein wordt geplaatst!
Ook aan bijzondere verkeerstekens is gedacht: bij wegwerkzaamheden zien we vaak tijdelijke belijningen die geel zijn in plaats van wit. Wel, bij de opgebroken rijweg op de eerste foto hieronder zijn die keurig aanwezig…
Daaronder nog twee foto’s waarop goed is te zien wat een verschil een paar ogenschijnlijk simpele lijnen en andere markeringen kunnen maken! Hebt u trouwens gezien dat ook in de dorpen en steden van Miniworld de fietspaden die mooie bruinrode kleur hebben?
Mei 2023

In het Bouwverslag van februari vertelden we over Achlochan Broch (‘Achlochan’ is een woord uit het Gaelic en betekent ‘the field of the loch’), die aan de kust van de Schotse Highlands stond, zo’n beetje halverwege tussen Ullapool en Lochinver. Hij is al tijden geleden helemaal gesloopt omdat de toenmalige bewoners van de streek de stenen ergens anders voor nodig hadden.
Leden van het Schotse genootschap ‘Coigach & Assynt Living Landscape’ hebben een onderzoek gedaan in de regio en het resultaat vastgelegd in een document dat u hier kunt vinden. Daarin geven ze aan hoe die Broch eruit gezien kan hebben, uitgaande van de kennis die men heeft opgedaan bij het onderzoek naar andere Brochs die wat beter bewaard zijn gebleven.
Op basis van dat document hebben onze modelbouwers een maquette gebouwd in een halfopen variant, zodat de bijzondere dubbelwandige structuur en de opdeling in diverse ‘woonlagen’ van het interieur zichtbaar zijn.
Hoewel de bewoners van de Broch nooit hadden gehoord van spouwmuurisolatie, waren ze hun tijd op een enkel punt toch ver vooruit, gezien het stuk gereedschap dat in een van de koepelvormige schuurtjes staat…
Even verderop krijgt onze interpretatie van Loch Duich (waarin in het echte Schotland Eilean Donan Castle gelegen is) steeds meer gestalte. De maquette van het beroemde kasteel staat op de foto hierboven provisorisch op zijn plek. De toegangsbrug, waaronder verlichting is aangebracht (zie verderop in dit Bouwverslag) staat er nog los bij, en ook moeten een paar losse ‘rotspartijen’ hun juiste plek nog krijgen. Hieronder is te zien hoe we met passen en meten (en nog eens een andere setting proberen) tot de uiteindelijke definitieve opzet komen.
De omringende bergen gaan er zo langzaam aan ook steeds ‘echter’ uitzien. Verf en strooisel in velerlei kleuren – en niet te vergeten een heleboel geduld – zorgen tezamen voor een uiterst realistisch landschap.
Hier en daar zijn muurtjes verrezen om de erboven gelegen spoorlijn te stutten. Die zijn gemaakt door groeven in een laag gips te krassen, waardoor er ‘stenen’ zichtbaar werden, en daarna het geheel in de juiste kleuren te schilderen. De voegen krijgen een donkerder kleur dan de stenen en voilà, een natuurgetrouwe ‘brick wall’…
Nog een overzichtsfoto, waarop onze Garmouth Spey Bridge goed te zien is. Over deze brug schreven we in het Bouwverslag van maart: tegenwoordig een brug voor fietsers, maar tussen 1886 en 1968 onderdeel van de enkelsporige lijn tussen Portsoy en Elgin. Ook het mooie Glenfinnan Station, dat al een hele tijd geleden is afgebouwd (het staat in ons Bouwverslag van december 2020!), staat erbij, met seinhuis en al. Binnenkort te zien op zijn eigen plek!
Op 5 mei reed in onze miniatuurwereld deze speciale Hondekop weer rond. Dit is een kopie van het treinstel E1D4 763, de ‘Trein van 1 voor allen’, dat in 1995 werd ingezet om Artikel 1 van onze Grondwet te promoten. Het werd op 28 januari 1995 afgeleverd in de kleuren van de Nederlandse vlag en op diezelfde dag gedoopt door (toen nog) kroonprins Willem-Alexander.
Het treinstel reed in twaalf maanden door Nederland, waarbij het steeds een week lang op een groot station stond waar het publiek het kon bezichtigen. In het treinstel waren ruimtes ingericht voor tentoonstellingen én een podium, waarop jongeren songteksten konden inzingen en groepen konden optreden. Een van die tenstoonstellingen was ‘Gelijk hoeft niet te zijn wat je zelf bent’ van het Joods Historisch Museum.
De grote cijfers ‘1’ op het treinstel verwezen natuurlijk naar artikel 1 van onze Grondwet:
‘Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.’
Verder zijn twee collega’s zijn aan het experimenteren geweest met de samenstelling van een goederentrein die wordt getrokken door twee elektrische locomotieven in dubbeltractie, wat wil zeggen dat ze als één locomotief worden bestuurd.
In het grootbedrijf houdt dat in dat de treinbestuurder beide locomotieven bedient vanuit de eerste (logisch, want daar heeft hij zicht op wat er voor de locomotief gebeurt…). Wist u overigens dat ook in het stoomtijdperk locomotieven soms in dubbeltractie reden? Toen waren er echter twee machinisten nodig, een op elke locomotief, die met elkaar communiceerden via de stoomfluit!
Een van de dingen die onze collega’s wilden testen was hoeveel goederenwagons de twee Railion BR 152-locomotieven zouden kunnen trekken. Dat bleken er uiteindelijk 18 te zijn: twee-assige grootvolume schuifwandwagons van het type ‘Hbbins 306’ in Railion-uitvoering. In die code staat ‘H’ voor ‘Gesloten goederenwagon met speciale constructie’, ‘bb’ voor ‘Eenasser met laadlengte vanaf 14 m’ en ‘i’ voor ‘te openen schuifwanden’.
Zo, weet u dat ook weer. Een mooi gezicht, die twee locs met die identieke Railion-wagons erachter! Ze legden probleemloos heel wat rondjes af door de miniatuurwereld en trokken ruim bekijks van de bezoekers die die dag aanwezig waren.
De foto hierboven toont de toegangsbrug van Eilean Donan Castle met de stroomdraden (zie de foto hieronder) aangesloten op een spanningsbron. Het resultaat daarvan laat zien, waarom de bouwer van deze mooie maquette indertijd ook aan de onderkant van de brug ‘stenen’ heeft aangebracht…
Ook het kasteel zelf is nu van binnen en van buiten van verlichting voorzien, zodat het als straks de dag/nacht-cyclus operationeel is in ons Schotland, niet als een donkere steenklomp in Loch Duich staat te staan, maar juist een aandachttrekker is!
Denk je eens in: je bent modelbouwer. Rechts van je: het Glenfinnan Viaduct. Schuin achter je: the Old Man of Storr. Jij: balancerend op een plateautje van 30 x 30 cm om een stukje van het Car System-wegdek in onze ‘Glenfinnan Valley’ gereed te maken voor de afwerking. Het leven van een modelbouwatelier-collega ziet er soms spannend uit!
Ons ‘Wegenbouwteam’, dat in het vorige Bouwverslag liet zien alles te weten van wegmarkeringen in Nederlandse steden en dorpen, staat ook zijn vrouwtje/mannetje als het om werken aan Schotse wegen gaat. Het geleidingssysteem waarmee straks de besturingssignalen naar de bussen en de vrachtwagens worden gestuurd, moet natuurlijk onzichtbaar zijn. Om dat voor elkaar te krijgen gebruiken ze exact op maat gesneden stroken dun karton, die eerst een opruwbeurt krijgen en daarna op de wegdelen worden gelijmd.
Dat materiaal moet zo stevig mogelijk zijn, want er rijden te zijner tijd continu voertuigen overheen (al is het begrip ‘drukke wegen’ in de Schotse Highlands vrijwel onbekend), maar het mag de communicatie naar die voertuigen niet hinderen. De besturingssignalen zorgen ervoor dat de vrachtwagens en de bussen gaan rijden, stoppen, richting aangeven vóór en tijdens het maken van een bocht en de verlichting aan- of uitzetten. Alles om een natuurgetrouw rijgedrag te waarborgen!
Bij Miniworld Rotterdam hebben we eigenlijk te maken met een tweedeling: objecten uit het verleden trekken net zoveel aandacht als zaken uit het nu. Zo zien we bij Hotel De Wereld een scène uit 1945, maar rijdt er net zo gemakkelijk een veel modernere HSL-trein rond in de miniatuurwereld.
De naam op de locomotief, ‘Fyra’, wekt vast nare herinneringen op aan een volledig mislukt project waarbij ‘V250’-treinen van AnsaldoBreda S.p.A. werden ingezet op het traject Amsterdam – Brussel. Door voortdurende technische problemen met de treinen bestond deze dienst maar 40 dagen, van 9 december 2012 tot en met 17 januari 2013…
Naast deze internationale treindienst was er echter nog een binnenlandse Fyra, tussen Amsterdam en in eerste instantie Rotterdam; later werd deze dienst doorgetrokken naar Breda. Hier werden (en worden nog steeds) TRAXX-locomotieven met reguliere intercityrijtuigen ingezet, zoals te zien is op de foto rechts.
Door het debacle met de internationale dienst liet men de naam ‘Fyra’ in december 2013 vallen; de treindienst werd omgedoopt in ‘Intercity Direct’. De gedachte daarachter was dat er sprake was van een directe verbinding tussen Schiphol en Rotterdam over de HSL, waar er vroeger over de ‘klassieke’ spoorlijn over Den Haag gereden werd. De rood-witte kleurstelling van de treinstellen werd gaandeweg aangepast naar het vertrouwde geel-blauw van de NS.
Vanaf dit jaar gaat de NS deze treinen vervangen door de nieuwe ICNG (InterCity New Generation)-treinstellen. Te zijner tijd zullen ook die vast wel in onze miniatuurwereld te zien zijn, maar anders dan in de echte wereld rijdt onze Fyra-trein gewoon in het rood-wit zijn rondjes!
Op de foto’s staan twee locomotieven op de testbaan met daartussen een intercity-rijtuig. Onze treinologen zijn bezig met de verlichting (uiteraard hebben de locomotieven met de rijrichting wisselende front- en sluitlampen). Ook in de in totaal zeven rijtuigen komt binnenverlichting – er zijn tenslotte nog steeds mini-treinreizigers in onze miniatuurwereld die hun dagelijks nieuws uit hun krant willen lezen in plaats van hun smartphone te moeten gebruiken…
Onze Commando Centrale is het hart van de miniatuurwereld, dat weet u ongetwijfeld. We hebben daar een forse hoeveelheid computerapparatuur en -schermen staan. Die zijn nodig om het totale reilen en zeilen van alles wat beweegt te kunnen monitoren en snel te kunnen ingrijpen als er ergens eens iets mis gaat.
Die apparatuur veroudert in de loop van de jaren en – computerapparatuur eigen – nogal snel ook. Vandaar dat we een oproep deden op ons Facebook-kanaal waarin we particulieren en bedrijven vroegen om onze Commando Centrale te ondersteunen met nieuwe - of in ieder geval wat modernere - apparatuur.
Die oproep heeft succes gehad: we kregen van een partij die beslist anoniem wil blijven, meer dan het gevraagde aantal PC’s! Een geste waar we uiteraard heel blij mee zijn.
Onze collega’s zijn er al een tijdje mee bezig om ze allemaal na te lopen, er zo hier en daar wat stof uit te verwijderen en ze in te richten met alle software die voor het functioneren van de Commando Centrale nodig is. Onze ‘treinbestuurders’ en alle collega’s die zich met elektronica bezighouden kijken ernaar uit om ze in gebruik te gaan nemen!
Tot slot nog een paar foto’s die al wat ouder zijn, maar die we u niet willen onthouden omdat wat erop staat te mooi is om niet te laten zien. De ‘straatkant’ van Ashburton Railway Station, bijvoorbeeld, die beslist volledig past in het Victoriaanse kavel waar het stationsgebouw deel van uitmaakt. Het origineel is in de huidige staat nauwelijks het aankijken waard, helaas: er is nu een garagebedrijf in gevestigd…
Het bruidspaar op de foto rechts heeft halsbrekende toeren moeten uithalen voor wat misschien de ‘Trouwfoto van het jaar’ gaat worden! Ziet u ook dat een van de bruidsmeisjes om onbekende redenen plaats heeft genomen op het randje van de steiger en dat bezorgde bruiloftsgasten vanuit het raam pogingen doen om haar op andere gedachten te brengen?
Onze versie van het poortgebouw van de Marine Drive bij Douglas Head op het Isle of Man is minstens zo mooi als het origineel. De ‘ambtswoning’ voor de tolheffer, die bij het originele gebouw aan de zeezijde stond (zoals u kunt zien op de foto hieronder) heeft de tand des tijds niet doorstaan.
Onder de rechter boog (onder het woord ‘Drive’) liep indertijd een elektrische tram. Het kleine poortje was voor de voetgangers en het overige verkeer, eerst allemaal paard-en-wagens en later ook al een paar ‘automobielen’, passerde onder ‘Marine’.
Juni 2023

Het Schotse stadje Pitlochry is al vertegenwoordigd in onze miniatuurwereld met het prachtige stationsgebouw uit de 19e eeuw. Dat weerhield onze modelbouwers er niet van om verder te kijken in het stadje en zo kwamen ze een heel leuk en ‘typically British’ (hoewel een Schot dat misschien niet graag hoort zeggen…) winkelstraatje tegen. Tja, dan ben je natuurlijk direct verkocht…
Zoals altijd zijn de details minstens zo belangrijk als de ‘grote lijn’. Daarom is het namaken van zo’n torentje, dat op de foto rechts van het echte straatje op de eerste verdieping van het hoekpand te zien is, een klusje waar tijd in gaat zitten.
De ingebouwde verlichting maakt het straks helemaal af, maar je wilt natuurlijk niet dat het licht uit de winkeltjes op de begane grond ‘doorsijpelt’ naar de erboven gelegen woon- en slaapverdiepingen. Dus moet er een stevige plaat worden gemonteerd als vloer van de eerste verdieping. Die houdt het licht tegen en is zelf weer de basis voor de ondersteuning van de daken.
Op de foto hieronder is te zien, dat we ook oog hebben voor de belangen en de voorkeuren van de inwoners van ons Pitlochry (en een tyoevallig passerende mini-toerist, natuurlijk): die kunnen binnenkort terecht in een echte schoonheidssalon!
Het heeft wel wat weg van een modern, abstract schilderij, maar het is een stukje Schots berglandschap in miniatuur. Met heel veel geduld en vakmanschap slagen onze modelbouwers erin om de ruwe gipsvormen zó te beschilderen dat er natuurgetrouwe ‘aardlagen’ gaan ontstaan. Daarbij maken ze graag en veel gebruik van gedetailleerde foto’s.
Een goede modelbouwer hecht aan zijn gereedschap. Voor sommigen is het moeilijk om afscheid te nemen van een werktuig dat je lang hebt gebruikt. Zo is – ongelofelijk maar waar - vrijwel het gehele Schotse berglandschap van lagen gips voorzien met één gipskwast.
Toen die echt helemaal op was (hij werd al heimelijk vergeleken met een enkele collega die het al een tijdje zonder haardos moet doen…), hebben we in een sentimentele bui voorgesteld om hem voor altijd te integreren in het landschap dat hij heeft helpen vormen. De meningen zijn nog verdeeld; we houden u op de hoogte!
Hoe mooi de diverse maquettes ook zijn, we willen ervoor waken dat ze eruitzien als die volstrekt ‘mensloze’ Franse dorpjes waar je op vakantie wel eens doorheen rijdt. Dat betekent dat we poppetjes nodig hebben. Véél poppetjes, en die moeten er natuurlijk ook nog eens een beetje natuurgetrouw uitzien.
Dus zijn een paar van onze collega’s druk bezig met het beschilderen van al die mannetjes, vrouwtjes, kinderen en niet te vergeten dieren van velerlei soort, om op die manier toe te werken naar levensechte scènes.
Nu praten we wel over Groot-Brittannië, en dan vooral de dunbevolkte plattelandsdelen daarvan. Zeker Schotland en Wales kennen streken waar je nauwelijks een mens tegenkomt (en dan heeft hij vaak een paar schapen en een hond bij zich).
Dat betekent dat de aantallen poppetjes die we hier nodig hebben ruimschoots achterblijven bij bijvoorbeeld de drommen toeschouwers bij Rotterdam Ahoy of station Rotterdam Centraal in het Nederlandse deel van de miniatuurwereld, maar desondanks is het een fikse klus!
Het is ons weer gelukt. Ons station Rotterdam Centraal stond er ruim voordat het in de echte wereld in gebruik werd genomen, en nu verslaan we een buitenlands vastgoedbedrijf door het dak van ons Groot Handelsgebouw te veranderen in een ludieke speelplaats, véél eerder dan zij dat gaan doen!
Volgens een artikel in De Havenloods Rotterdam gaat Jamestown, een gerenommeerd vastgoedbedrijf uit de Verenigde Staten, op het dak van het Groot Handelsgebouw een plek (zij noemen dat vast een ‘space’) openen met arcadegames, een doolhof en een restaurant.
Maar liefst 13 jaar eerder liep er op het dak van het Groot Handelsgebouw in onze miniatuurwereld al een schaapskudde rond en bij menige manifestatie stond het dak vol met ‘feestvierders’. Denk ook even terug aan de monumentale trap die ter gelegenheid van de viering van 75 jaar Wederopbouw (met de manifestatie ‘Rotterdam viert de stad’) tegen het gebouw werd aangebouwd.
Ook vreemde – of op zijn minst uit de toon vallende – bezoekers werden er gesignaleerd: het is niet te hopen dat de duiker die hele trap met zijn zwemvliezen aan heeft moeten beklimmen, om maar te zwijgen van de twee brandweerlieden die mét slang naar boven werden gedirigeerd, maar daar niets konden ontdekken dat op een brandje leek en ook nog eens tot de conclusie kwamen dat ze ergens onderweg hun brandslang waren kwijtgeraakt…
Voor de knaap die met ware doodsverachting de hele leuning van diezelfde trap gebruikte om te ‘shinen’ met zijn ‘skateboard skills’, kun je alleen maar bewondering hebben. Trouwens, dat geldt ook ook voor de tweelingbroers op de grote foto hierboven die datzelfde aan het doen zijn, maar dan op de leuning van het dak zelf!
Een van de grootste verrassingen op het gebied van het dakvermaak was toch wel het niet vooraf aangekondigde bezoek van de koninklijke familie op Koningsdag dit jaar. Dat dit al spoedig leidde tot enige opwinding onder de aanwezige bezoekers (en jammer genoeg ook tot een paniekaanval bij een van de schapen) is maar mondjesmaat bekend geworden.
De scène bij het Middelweeuws riddertoernooi was al een uitdaging: de vraag hoe je twee ridders te paard met gevelde lans op elkaar kunt laten afstormen zonder dat er gewonden vallen (lees: dingen kapot gaan) was al lastig te beantwoorden. Maar, zoals u weet, dat is onze modelbouwers gelukt.
Nu zagen zij zich gesteld voor de volgende opgave: hoe kun je een Schots landschap verlevendigen met iets dat kan bewegen en net zo’n ’Kijk nou ‘es’-effect veroorzaakt als die ridders?
Het heeft heel wat hoofdbrekens gekost, maar tenslotte waren de heren eruit. We kunnen het resultaat nog niet laten zien, omdat de proefnemingen nog volop aan de gang zijn (en helaas een van de twee ontwerpers op dit moment aan het herstellen is van een heupoperatie). Vandaar de ‘vlekken in Miniworld-kleuren’ op de foto’s.
Wat heb je nodig om iets te laten bewegen? Een basisplaat, een electromotor, twee tandwielen, een getande riem, een stel riemgeleiders, het bewegende object zelf, de nodige elektronica om het geheel een beetje netjes en vloeiend te laten bewegen en een heleboel inventiviteit, geduld en enthousiasme.
Natuurlijk werd de voortgang van het werk regelmatig ‘gemonitord’ door langslopende collega’s. Hun opmerkingen en behulpzame suggesties waren in ieder geval een stimulans om op de ingeslagen weg verder te gaan.
In een volgend bouwverslag komen we uiteraard op dit projectje terug. Dan kunnen we hopelijk ook wat meer informatie geven over om welk Schots meer en om welk object het nu eigenlijk gaat…
Een van onze modelbouw-collega’s mag zich tegenwoordig met recht ‘verlichtings-inbouw-expert’ noemen. Na grote objecten als het Stadhuis van Rotterdam, het Appartementencomplex ‘De Compagnie’ en allerlei sfeerrijke gebouwen en plekjes in ons Groot-Brittannië-bouwdeel waarover u in vorige verslagen hebt kunnen lezen, heeft hij zich nu gestort op een nieuw maquette – zó nieuw dat we nog niet mogen vertellen welke het is…
Het inbouwen van natuurgetrouwe verlichting is hem dus wel toevertrouwd, al kent elk object dat van binnenverlichting met worden voorzien, zijn eigen ‘uitdagingen’. Wij vinden overigens dat hij erin is geslaagd de opdracht tot een mooi einde te brengen!
In het volgende bouwverslag zult u kunnen lezen om welke maquette het gaat, en ook meer over de bouw ervan.
In een vorig Bouwverslag hebt u kunnen lezen over onze technische upgrade van de Commando Centrale, het kloppend hart van onze miniatuurwereld. Dankzij een gulle sponsor hebben we de PC’s waarop de besturingssoftware (voor kenners: we gebruiker het ‘Koploper’-programma) is geïnstalleerd, kunnen vervangen door krachtiger apparaten. Binnenkort gaan we namelijk dat besturingssysteem uitbreiden met wat er nodig is om alles in ons Groot-Brittannië ook te laten rijden en bewege, en dat vraagt natuurlijk om extra capaciteit.
Maar, we hebben niet alleen nieuwe PC’s, we hebben ook een stel nieuwe monitoren gekregen en dus werd het tijd om de Commando Centrale een beetje te herinrichten. Stukje van een bureaublad afzagen, kastje erbij plaatsen, en vooral: een nieuwe layout bedenken en uitwerken voor waar welk scherm met welke informatie komt te hangen.
Best wel een rommelig gedoe, zeker omdat tijdens de dagen dat de attractie open is (en in de zomervakantie zijn dat alle dagen van de week!) de operators natuurlijk gewoon hun werk moeten kunnen doen. Onze collega’s zijn er al een tijdje mee bezig om ze allemaal na te lopen, er zo hier en daar wat stof uit te verwijderen en ze in te richten met alle software die voor het functioneren van de Commando Centrale nodig is.
Er staan nog wel de nodige aanpassingen op het programma. In de eerste plaats natuurlijk het op gang brengen van alle trein- en autobewegingen in Groot-Brittannië. Dat is meteen ook proefkonijn, want het treinbesturingssysteem voor G-B is geïnstalleerd onder Windows 10, terwijl ‘de rest’ nog onder Windows XP draait. Te zijner tijd gaat ook het hele Nederlandse deel over op Windows 10.
Wat is er nu zo’n beetje op die schermen te zien? Op de meeste: een ‘plattegrond’ van een deel van de treinbaan (zowel van de zichtbare als van de ‘ondergrondse’ delen, datzelfde van de diverse trajecten van het Car System, dat de beweging van de vrachtauto’s en de autobussen regelt. Verder zijn er drie schermen waarop drie operators tegelijk hun acties kunnen uitvoeren. Op de foto rechtsboven ziet u bovenaan een scherm waarop een klok aangeeft hoelang het nog duurt voor de volgende ‘Miniworld-nacht’ valt en daaronder het scherm waarmee de complete bewegende wereld wordt opgestart en weer úitgezet’.
Op de foto rechts zeven nog niet werkende schermen. Inderdaad, daarop staan straks alle te monitoren onderdelen van Groot-Brittannië, met een vierde operatorscherm onderaan. Wordt best een beetje dringen, als er vier man ‘aan de knoppen’ zitten…
Op de monitor hierboven een foto van een bekende whiskystokerij, waar onder andere de beroemde Chevas Regal Single Malt wordt geproduceerd: Strathisla Distillery, opgericht in 1786 en daarme de oudste nog continu in bedrijf zijnde distilleerderij in de Schotse Highlands. Dat is in een industrietak waarin startende en weer stoppende bedrijven eerder regel dan uitzondering zijn, een prestatie van formaat!
De distillerderij ligt aan de rand van het plaatsje Keith, een dikke 50 km ten noordwesten van Aberdeen en eenzelfde afstand ten oosten van Inverness. Sinds 1950 is het bedrijf onderdeel van Chivas Bros., die zelf weer onder het Pernod Ricard-concern vallen. De distilleerderij produceert 2,4 miljoen liter eerste klas whisky per jaar.
Die muren zijn – zoals we dat al veel vaker hebben gedaan – vanuit de digitale tekeningen die we hebben gemaakt met behulp van ons AutoCad-tekenprogramma door de lasersnijmachine uitgesneden. Ook de daken van de twee torentjes zijn op die manier gemaakt. Een vaste hand bij het schilderen doet dan de rest.
Het is zeer aannemelijk dat onze modelbouwers ook de hand niet omdraaien voor het maken van een kopie van de kar met de whiskyvaten, die op het binnenplein voor de hoofdingang van de distilleerderij staat.
Aan het hek bovenaan de trap, die is gesierd met een mooi smeedijzeren hekwerk, hangt het wapenschild van het bedrijf. Dat wordt zeker één op één overgenomen in onze maquette!
Juli 2023

Om te beginnen een tweetal nieuwe aanwinstjes: twee VW-bussen met opschrift, bij ons geplaatst door leden van het 3RailForum nadat ze ons een bezoek hadden gebracht.
Mocht u als modelspoorliefhebber daarin geïnteresseerd zijn: 3RailForum, opgericht in februari 2006 en in januari 2018 overgegaan in ‘Stichting3rail’, is volgens eigen zeggen “een ontmoetingsplaats voor modelspoorhobbyisten die daar op een gemoedelijke, open en ongedwongen manier over hun hobby kunnen praten en kennis kunnen uitwisselen.”
De Stichting beheert naast het forum ook een 3railWiki en een 3railWebshop. In de eerste is allerlei kennis en informatie te vinden over de meest uiteenlopende modelspoor- en grootbedrijf-gerelateerde zaken. Wat een webshop is hoeven we u natuurlijk niet te vertellen… Tevens organiseert de Stichting ‘3railEvents’, allerlei activiteiten voor de aangesloten leden.
Meer informatie is te vinden op de website van de Stichting.
Hebt u als u via de trap of de lift naar onze Groot-Brittannië-kelder gaat, wel eens de fraaie ‘toegangspoort’ gezien? Britser kan bijna niet!
Het werk in de kelder gaat onverminderd door. Zo is nu ook het Schotse deel van ons Groot-Brittannië voorzien van een mooie balustrade. Een leuning om de armen op te leggen, een ‘treeplank’ waarop onze kleinere bezoekers kunnen staan, dat alles gemonteerd aan stevige stalen palen en netjes afgewerkt met een paar lagen vernis. Best nog een hoop werk voor onze collega’s, maar eenmaal gereed betekende het weer een vinkje op de ‘to do-list’…
In het Bouwverslag van juni vertelden we over een bewegende attractie, te activeren met een drukknop (net zoals bijvoorbeeld de UFO boven Stonehenge). Nu kunnen we vertellen welk bekend Schots fenomeen zijn (of haar?) tegenhanger in onze miniatuurwereld heeft gekregen: niets minder dan Nessie, het Monster van Loch Ness! Voor de volledigheid hier rechts een van de twee foto’s uit het vorige Bouwverslag waarop ons monster was ‘afgeplakt’.
We hebben een kort filmpje van een van de testruns die Nessie heeft moeten doorlopen op ons YouTube-kanaal gezet. U kunt het hier bekijken!
“Het is natuurlijk schitterend, die balustrade. Petje af, hoor, voor de mannen die hem hebben geïnstalleerd. Ik snap ook best dat hij noodzakelijk is, maar hij maakt het aanbrengen van een kleine aanpassing aan een van de Schotse objecten er niet eenvoudiger op!”, hoor je een van onze collega’s hier denken…
Met licht, of liever verlichting, kun je een hoop doen. Uiteraard zijn we ook al druk bezig om onze Schotse objecten op een mooie manier uit te lichten, zodat er straks, als de dag/nacht-cyclus ook in ons Groot-Brittannië actief is, ook nog wat te zien is als het ‘nacht’ is!
Hieronder een voorproefje: bij een aantal pijlers van het Glenfinnan Viaduct staan al spotjes, en ook Eilean Donan Castle en de ruïne van Dun Telve Broch (rechts in detail te zien) worden al met ledlampjes ‘uitgelicht’.
Ook de ‘zuilenrotsen’ van basalt van Staffa Island, een van de eilanden van de Binnen-Hebriden, hebben inmiddels de juiste kleur in allerlei grijstinten gekregen. In het Bouwverslag van april van dit jaar hebben we ingewikkelde creatieproces van deze rotsen al laten zien.
Het contrast tussen ons Staffa Island en het stukje Schotland er vlak naast is groot: waar het landschap van het eerstgenoemde al vrijwel helemaal klaar is, moet er een paar meter verderop nog heel wat gebeuren.
Daar zijn we zelfs nog bezig met het leggen van het fijne gaas waarop het gips wordt aangebracht, dat daarna als het droog is met de hand in de juiste ‘rotsvorm’ wordt gemodelleerd. En dan is het tijd voor het schilderen en het hier en daar aanbrengen van strooisel…
Het minder mooie weer van de laatste weken heeft geleid tot een grotere drukte in onze miniatuurwereld. Daar zijn we natuurlijk heel blij mee, maar het feit dat we in de vakanties zeven dagen per week open zijn, trekt ook een zware wissel op ons ‘rijdend materieel’ (om eens een spoorwegterm te gebruiken). Zo wil het wel eens gebeuren dat een koppeling tussen twee rijtuigen het begeeft. Gevolg: een stilstaand rijtuig op een plek waar dat niet hoort. De machinist van het stoomlocomotiefje was veel te druk bezig met het in de gaten houden van al die metertjes en klepjes om op de rails voor hem te letten…
Serieus: onze treinen, trams en bussen hebben het best zwaar in deze periode. Logisch, want waar een trein op een hobbyzolder misschien gemiddeld een uurtje per dag rijdt, zijn ze bij ons zeven dagen per week zeven uur per dag in bedrijf. Natuurlijk rijden ze dank zij de schaduwstations niet continu, maar toch. Dat is er dan ook de reden van dat we aan de lopende band bezig zijn met onderhoud, zoals op de foto’s hieronder waar een Hondekop is opengemaakt om de draaistellen en de elektronica na te lopen en waar nodig te smeren en te repareren. De machinist was met geen stok uit zijn cabine te krijgen; onze treintechnicus had geen verklaring voor de aanwezigheid van de twee passagiers die kennelijk solidair waren met de treinbestuurder.
Het winkelstraatje in Pitlochry waarover we u in het vorige Bouwverslag vertelden is helemaal klaar en staat op zijn plek. Is het geen uiterst charmant en leuk gedetailleerd stukje Schotland geworden?
Een rondgang door het creatieve hart van Miniworld Rotterdam: ons Modelbouwatelier. Hier zijn onze collega’s dag in, dag uit bezig met het realiseren van maqettes van allerlei objecten (zowel voor gebruik in onze miniatuurwereld zelf als in opdracht van derden).
Een mooi voorbeeld is het pand op deze foto’s, het pas onthulde Gemaal Schilthuis (zie ook verderop in dit Bouwverslag). Gebouwd volgens de beproefde methode: digitale tekeningen maken waarmee onze lasersnijmachine wordt aangestuurd. Die snijdt uiterst nauwkeurig geveldelen (en de gaten voor de ramen en deuren daarin) uit platen karton en brandt er ook alle mogelijke profielen, patronen, voegen tussen ‘stenen’ en wat niet al in. Door meerdere lagen op elkaar te plakken, verkrijgen we reliëf. Ga voor een kort filmpje naar ons YouTube-kanaal. Daar kunt u onze lasersnijmachine aan het werk zien.
Als alle onderdelen van een maquette klaar zijn, volgt de assemblage. Daarbij moeten we natuurlijk kijken naar de beste manier om een zo stevig mogelijk eindresultaat te bereiken, rekening houdend met eventuele bewegende onderdelen en zeker ook de mogelijkheden om het object van binnenverlichting te voorzien.
Eenmaal helemaal geassembleerd ‘verhuist’ de maquette naar onze specialisten op het gebied van schilderen en – minstens zo belangrijk – ‘weatheren’. Zeker maquettes die een kopie zijn van al wat oudere objecten mogen er niet ‘nieuw’ uitzien: ze moeten de sporen dragen van al die jaren in allerlei verschillende weersomstandigheden en niet te vergeten van het al jaren in gebruik zijn. Een arbeidsintensief, maar wel heel bevredigend werk!
Op andere plekken zijn onze technici druk bezig met het dagelijkse onderhoud. Zoals al eerder vermeld, hebben de bewegende onderdelen van de miniatuurwereld (niet alleen alles wat rijdt, maar ook de molens en wat er verder allemaal open en dicht, heen en weer en/of op en neer gaat) het best zwaar, zeker in de vakantieperiodes.
De Hondekop uit het item hierboven staat op de foto rechts bijna helemaal compleet in elkaar gezet, maar het volgende ‘slachtoffer’ ligt alweer te wachten. Dat geldt ook voor deze twee autobussen. Met een storingsmeldingsbriefje neergelegd op de werktafel van de ‘techneut van dienst’…
Waar onze treinen allemaal hun energie krijgen toebedeeld via de spoorrails, moeten onze vrachtwagens en bussen het met ingebouwde accu’s doen. Voor dit soort voertuigen is stroomtoevoer via de rijweg niet te realiseren, als het ‘onzichtbaar’ moet gebeuren, althans. Maar ja, de lading in zo’n accu is eindig; onze vrachtwagens en bussen rijden gemiddeld zo’n drie tot vijf uur op een volle accu (vergeet niet dat ze ook verlichting voeren en rem- en richtingaanwijzerlampjes hebben). Dat betekent dus dat ze elke dag minstens één keer aan de acculader moeten.
Het is eigenlijk best een aandoenlijk gezicht, zo’n verzameling op hun rug liggende voertuigen aan de acculader. Een beetje als een stel biggetjes die bij hun moeder aan het drinken zijn…
Een ander spectaculair voorbeeld van wat er zoal in ons Modelbouwatelier wordt gemaakt (al is dat eigenlijk een veel te zwakke term; ‘gecreëerd’ of ‘geschapen’ is een betere omschrijving!) is deze kopie in het klein van één deel van de beroemde Forth Bridge, die met zijn rode, stalen overspanningen en stenen torens een van de drie bruggen is die de noord- en zuidoever van de ‘Firth of Forth’ (de ‘monding van de (rivier de) Forth’) ten noorden van Edinburgh met elkaar verbinden. U herkent hem vast op de foto rechts.
De echte brug heeft drie van deze elementen; in ons Schotland hebben we helaas maar ruimte voor eentje - en die moet nog een beetje ‘in elkaar gedrukt’ worden ook omdat hij anders niet past op de toegemeten plek…
Onze zoektocht naar foto’s van de bouw van het object waarvan we in het vorige Bouwverslag iets lieten zien van de verlichting, heeft er een paar opgeleverd. Die hebt u al hierboven gezien: het ging om de maquette van het gemaal Schilthuis, die op 17 juli officieel werd onthuld door Toon van der Klugt, dijkgraaf van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard en Ton van Hoorn, voorzitter van de Stichting Meemaken in Miniatuur. Zie onze nieuwsbrief van juli en het betreffende artikel op de Laatste Nieuws-pagina.
Nog een paar foto’s van de werkzaamheden die we moesten verrichten om het gemaal op de juiste plek te krijgen. Ook moest de binnenverlichting nog worden aangesloten, vandaar dat op de foto rechts het dak er nog even af moest…
Het gemaal zoals dat na de onthulling te bewonderen was (en nog steeds is, natuurlijk).
Zo zorgden we ervoor dat de miniatuurwereld is uitgebreid met een mooi, authentiek Rotterdams aandenken aan het feit dat het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard dit jaar maar liefst 750 jaar bestaat!
Augustus 2023

De maand augustus was ook bij Miniworld Rotterdam een echte vakantiemaand. Dat betekende aan de ene kant verheugende aantallen bezoekers, maar aan de andere kant een aantal afwezige medewerkers. Er zijn dus wat minder bouwwerkzaamheden verricht dan in andere maanden. Er is dus ook minder te vertellen over onze vorderingen. Bijgevolg is dit Bouwverslag wat korter dan dat van andere maanden…
Er zijn wel een paar stappen gezet met dit object. U herkent het vast wel, al is het alleen maar omdat we een soortgelijke foto in het vorige Bouwverslag hebben geplaatst. Het wordt onze interpretatie van de beroemde Forth Bridge, de spoorbrug die iets ten noorden van Edinburgh over de Firth of Forth ligt. Dat is een ‘cantileverbrug’, een brugtype waarbij sprake is van eenzijdige ophanging. In het kort worden bij dit type brug twee halve brugdelen gebouwd (op elke oever één) die elkaar in het midden ‘ontmoeten’ en elkaar daar steunen. Bij bredere waterlopen legt men ook een of meer steunpunten in het water aan en op elk daarvan weer twee halve brugdelen, ‘rug aan rug’. Zo is de Forth Bridge opgebouwd uit zes halve brugdelen met boven het water nog twee tussendelen (zie de foto van de echte brug hieronder). De twee overspanningen zijn elk ruim 520 meter lang en de totale lengte van de brug is een dikke 2,5 km! Nog wat cijfers: de drie draagconstructies zijn elk 110 meter hoog en de treinsporen liggen 45 meter boven het water.
Onze brug krijgt maar één draagconstructie, omdat we niet meer ruimte hebben. Het wordt echter een heel grote maquette: de grootste brug die we in Miniworld hebben! U kunt de afmeting een beetje inschatten aan de hand van bovenstaande foto: dit is nog maar een half brugdeel, maar al een reus in verhouding tot de treinwagon die ervoor staat… U kunt zien dat onze brug ten opzichte van het origineel een beetje ‘in elkaar gedrongen’ is. Dat moest om hem in de beschikbare ruimte te kunnen inpassen.
De foto hieronder (die al een aantal maanden oud is, maar tot op heden nog niet is gepubliceerd) toont de eerste voortbrengselen van de lasersnijder, geassembleerd tot één zijkant. Een paar stukjes elektriciteitsbuis zijn al als proef op de elementen gelegd.
Voor de bouw maakt onze collega gebruik van allerlei materialen: stukken elektriciteits-buis van pvc, polystyreen dat in onze lasersnijmachine in de juiste vorm is gesneden en karton dat dezelfde bewerking heeft ondergaan. We zijn eigenlijk best benieuwd wat de hele constructie gaat wegen, als hij klaar is!
Uiteraard krijgt de brug de bekende rode kleur en dan volgt een minstens zo lastige klus: het hele ding – bij voorkeur zonder hem te beschadigen - overbrengen van het modelbouwatelier naar onze Groot-Brittannië-kelder, over de trap… We zullen er beslist verslag van doen, te zijner tijd.
Inwoners van onze miniatuurwereld die met de trein over de Garmouth Spey Bridge rijden, maken - als ze aan de goede kant zitten - een waar fenomeen mee: ze zien het Monster van Loch Ness ‘in levenden lijve’! (Ze zwemt wel rond in een stoffig Loch… Dat komt doordat er gestuct werd.) Weer een voorbeeld van hoe we in Miniworld de geschiedenis levend houden: de Garmouth Spey Bridge was tussen 1886 en 1968 onderdeel van de enkelsporige lijn tussen Portsoy en Elgin, maar is al tientallen jaren een fietsbrug. Bij ons rijdt er echter nog steeds een trein overheen!
We hebben een kort overzichtsfilmpje (hieronder een snapshot daaruit) op YouTube gezet. Dat geeft u een beeld van wat we voor het gemak ‘Glenfinnan Valley’ zijn gaan noemen. U ziet er een aantal van onze Schotse hoogstandjes in: the Old Man of Storr, het Glenfinnan Viaduct, het complex van de Dalwhinnie Distillery, het Glenfinnan Monument (opgericht ter nagedachtenis aan de Jacobieten die in 1745 Bonnie Prince Charlie steunden bij zijn mislukte claim op de Engelse troon), de ruïne van Greenan Castle, Eilean Donan Castle mét de toegangsbrug in positie en last but not least Nessie op haar tocht door het meer. Inderdaad, die is ontsnapt uit Loch Ness en na een lange zwemtocht door rivieren, lochs én een stuk Noordzee in Loch Duich terecht gekomen…
Zoals gezegd, niet veel vorderingen in onze miniatuurwereld. Toch lag het werk niet helemaal stil. Twee van onze modelbouwers hebben zich ontfermd over een stukje Schotland, dat onder hun vaardige handen een typische ‘herfst-setting’ kreeg. Rood, goudgeel, bruin, kleuren in allerlei tinten en gradaties maken van dit stukje berghelling een levensecht schouwspel.
Ook op andere plaatsen hebben we scènes verlevendigd. Weilanden zijn ‘bevolkt’ met schapen en runderen (al is een enkele koe haar kudde kwijtgeraakt, zo te zien).
In de heuvels grazen een paar herten, die kennelijk niet de minste belangstelling hebben voor de passerende kanoërs.
Verspreid door het landschap staan een paar bouwvallige stulpjes het begrip ‘dakloos’ een eigen betekenis te geven…
In het Bouwverslag van april van dit jaar vertelden we over een ‘opengewerkte’ mijnschacht met een paar dwarsgangen, waarin de ‘miners’ druk bezig waren hun dagelijks brood te verdienen. Die mijn heeft nu ook een naam: ‘Soaghal Beag’, wat in de lokale taal Gaelic ‘kleine wereld’ betekent.
Aan de mijnschacht is in de tussentijd het nodige toegevoegd, zoals een smalspoor-treintje om het gedolven erts af te voeren.
In de mijngang onder die waarin een ‘leefruimte’ is ingericht (zie de foto rechts), staan nu ook allerlei gereedschappen en andere hulpmiddelen opgeslagen.
Wat er nu precies gebeurt in de mijngang dáár weer onder, is niet helemaal duidelijk. Boze tongen beweren dat de fusten en de distilleerketel iets van doen hebben met de nabijgelegen Strathisla Distillery. Wat erts en whisky met elkaar te maken hebben, is niet duidelijk, al is het fenomeen ‘illegaal whisky stoken’ in Schotland niet helemaal onbekend…
De gebouwen van de Strathisla Distillery zelf hebben al even mogen proeven van de plek waar ze te zijner tijd geplaatst gaan worden.
Wat verder naar de hoek rechts achterin is te zien dat daar nog wat meer werk gedaan moet worden. De rotsen hebben hier al wel hun bruinige basiskleur, maar de verdere detaillering ontbreekt nog.
Nóg verder is er zelfs van een berg nog geen sprake. Hier hebben we alvast een stelletje ‘dummies’ van huisjes en andere gebouwen (waaronder het eerbiedwaardige Edinburgh Castle!) neergezet om een goede indruk te krijgen van hoe het er zo uit gaat zien en op die manier de beste plaatsing te bepalen. Zelfs de helix, waarover de treinen het hoogteverschil overwinnen van ‘de begane grond’ naar de spoorlijnen die bovenlangs gaan lopen, is nog zichtbaar.
We hadden overigens nooit verwacht dat onze gipsen ondergrond zó voedzaam zou zijn, dat zelfs kunstboompjes zich klem kunnen groeien…
Hieronder nog een twee foto’s van plekken die al min of meer klaar zijn: Pitlochry Station met een stukje van het dorp erachter en daaronder Glenfinnan Station met hoger op de heuvel ‘Our Lady of the Braes’.
September 2023

De foto hierboven toont een nieuw monument in onze miniatuurwereld: het is de markering van het Laagste punt van Nederland’. Zoals u misschien weet, ligt dat in de echte wereld in de Zuidplaspolder bij Nieuwerkerk aan den IJssel. Daar staat aan de rand van het weiland langs de A20 ook het monument dat dit punt markeert.
Het punt ligt op een hoogte (of eigenlijk diepte…) van 6,76 meter onder NAP. Dat staat voor ‘Normaal Amsterdams Peil’, sinds 1891 de referentiehoogte waaraan alle waterpeilen in Nederland worden gerelateerd. Vóór 1891 waren er heel veel verschillende meet-instrumenten voor de waterhoogte in gebruik op lokaal en regionaal niveau. In 1891 besloot men voortaan één genormaliseerd (vandaar ‘Normaal’) waterpeil in te voeren, wat overigens tot nogal wat gesteggel en verschillen van mening tussen lokale en regionale beheerders heeft geleid…
Omdat ‘Waterhuishouding’ een van de thema’s van onze miniatuurwereld is, gaan we iets meer aandacht besteden aan het fenomeen NAP. Daarom heeft een van onze collega’s al een markering op de dichtstbijzijnde betonnen pilaar aangebracht, waaraan we ook uitleg over waterpeilen en NAP én een ‘officieel’ NAP-bord gaan bevestigen.
In het vorige Bouwverslag meldden we dat onze Schotse dierenwereld was uitgebreid met een uniek exemplaar: Nessie, het Monster van Loch Ness zelf. De foto’s bij dat verslag gaven de stand van zaken van toen weer; nu is de scène helemaal klaar. Normaal gesproken is Nessie niet te zien. Ze ligt in een grot in een fraai bebost eilandje te wachten tot iemand haar tot actie dwingt.
Hoe? Door op de drukknop onder de balustrade te drukken! Onze specialisten hebben die met de bijbehorende elektronicacomponenten geïnstalleerd en konden bevestigen dat alles terdege is getest en naar behoren werkt.
Na een druk op de knop begint Nessie onder het slaken van een harde brul aan haar tocht over het meer. Daarbij wordt ze gadeslagen door een aantal belangstellenden die vol verwachting en met kloppend hart in een paar kleine bootjes naar het eilandje zijn toegevaren…
De spreekwoordelijke Schotse ondernemingslust blijkt uit het feit dat ook de eigenaar van een groter schip (duidelijk een viskotter) een aardige bijverdienste heeft gevonden door periodiek met toeristen het meer op te varen…
Ook op de oevers van het meer hebben een paar dapperen zich verschanst met foto-, film- en videocamera’s om het fenomeen bij het langszwemmen vast te leggen. Al die toeschouwers mogen zich gelukkig prijzen met het feit dat ze héél veel minder lang hoeven te wachten dan de mensen die zich bij het echte Loch Ness ophouden. Het feit dat Nessie een vast traject aflegt, werk ook in hun voordeel, maar aan de andere kant zijn onze mini-kijkers wat hun wachttijd betreft natuurlijk volledig afhankelijk van de bezoekers van de miniatuurwereld (en of die de drukknop weten te vinden…).
Op ons YouTube-kanaal hebben we een filmpje gepost van de zwemtocht van Nessie, met gebrul, fotografen en flitslichten.
Als je iets moet veranderen aan een wat verder weg gelegen scène, is het goed dat we precies weten waar we wél en waar niet onze voeren kunnen neerzetten! Bij de bouw van de miniatuurwereld is al vanaf de eerste schetsen rekening gehouden met de noodzaak dat we ergens op moeten kunnen staan, ook voor het noodzakelijke periodieke schoonmaken. Naast deze ‘steunpunten’ zijn ook op diverse plekken luiken aangebracht - uiteraard op een zodanige manier dat je pas ziet dat er een luik zit als er opeens ergens een stukje weiland ‘omhoog komt’…
Ook in de gebouwen van de Strathisla Distillery is nu verlichting ingebouwd. Er staat zelfs een verlicht billboard met reclame voor de wereldberoemde Chevas Regal malt whisky die daar wordt gestookt.
Het voordeel van die verlichting is dat het veel duidelijker wordt dat we ook aan het interieur van onze maquettes aandacht besteden: door de traditionele geelglazen raampjes zijn het personeel en de apparatuur waarin de whisky wordt gestookt goed te zien.
De wirwar van buizen en balken op de foto’s hiernaast en hieronder herkent u vast wel: ze maken deel uit van onze versie van de Forth Bridge, die groeit en groeit en als hij klaar is vrijwel zeker het grootste object van de hele miniatuurwereld zal worden. Zelfs op deze foto’s zijn de uiteindelijke afmetingen al een beetje in te schatten: een dikke meter hoog, en zo’n meter of vier lang!
In de laatste nieuwsbrief hebben we aandacht besteed aan het feit dat er een einde is gekomen aan onze samenwerking met de afdeling Rotterdam van de Nederlandse Vereniging van Belangstellenden in het Spoor- en Tramwegwezen (NVBS). Als dank voor die prettige samenwerking hebben we een serie treinspottertjes cadeau gekregen, die we op een groot aantal plekken in de miniatuurwereld hebben neergezet en gefoto-grafeerd. Foto’s van fotografen, dus… Hier een selectie uit die foto’s.
Oktober 2023

De vooruitgang staat ook in de miniatuurwereld niet stil: sedert een paar weken kunnen onze mini-inwoners ook een busje huren van het bedrijf ‘Autohopper’, net zoals wij dat in de echte wereld kunnen doen.
Arno Bosman, directeur van dat bedrijf, kwam op 4 oktober met twee collega’s langs met een aantal busjes, die ze graag deel wilden laten uitmaken van onze scenery – en dan bij voorkeur op een beetje opvallende plekken. Ze hebben de busjes met enig ceremonieel op en in de gewenste wegen, parkeerterreinen en straten neergezet.
Deze actie is een gevolg van een overeenkomst die Stichting MeeMaken in Miniatuur heeft gesloten met Arno. In de nieuwsbrief van november 2023 zullen we een artikeltje over deze actie opnemen.
Het lijkt wel alsof het verschijnen van de Autohopper-busjes een verhuis- en vervoersdrift bij de inwoners heeft opgewekt: er zijn aardig wat exemplaren te ontdekken van diverse typen VW- en Mercedes-busjes.
Hieronder een paar voorbeelden van plekken waar de busjes te signaleren zijn - al past hier de opmerking dat het busje op de laatste foto wel erg fout is geparkeerd…
U vraagt zich misschien af wat de vier mini-objecten op de foto hierboven zijn. Het zijn de behuizingen van de vier ‘verkeerslichten’ die hun plaats krijgen aan onze maquette van het beroemde Falkirk Wheel.
Even uw geheugen opfrissen? In het Bouwverslag van december ’22 vertelden we al over deze schitterende roterende scheepslift, die we natuurlijk graag in ons Schotland een plekje willen geven. Dat we daar nu pas mee verder zijn gegaan, heeft vooral te maken met drukte…
Het principe van de lift is in dat Bouwverslag al uitgebreid verteld. Ook de technische gegevens van het origineel zijn daarin aan de orde gekomen. Ons model moet een natuurgetrouwe indruk maken, en dus hebben we indertijd al een paar experimenten uitgevoerd met provisorisch aangelegde ledverlichting in diverse kleuren. Deze foto’s zijn van ergens in april van dit jaar!
Nu was echter het moment daar om verder te gaan met deze mooie maquette. Onze elektronica-experts en modelbouwers stopten wat tijd in overleg en maakten een plan.
Terwijl de een zich bezighield met de ingewikkelde (voor de leek, althans) materie van hoe je op het juiste moment en met de juiste frequentie het juiste ledlampje in de juiste kleur kunt laten branden, zorgde de ander ervoor dat de nog ontbrekende details van de maquette (zoals kooiladders op de bordessen aan de zijkant bij de twee draaipuntenen en ander hek- en sluitwerk) werden vervaardigd, aangebracht en in de juiste kleur geschilderd.
Die vier verkeerslichtjes die op de eerste foto staan, hebben ook hun plaats gekregen. Waar die precies is, kunt u zien op dit YouTube-filmpje.
Let op wat er gebeurt voordat de waterbak die beneden staat in beweging komt: eerst gaat de ‘binnenverlichting’ aan, dan knipperen er twee verkeerslichten (daar zijn ze!) rood om vervolgens continu te gaan branden. Vervolgens komt de contructie met de waterbakken in beweging. Als de andere bak beneden is aanbeland, wordt weer de binnenverlichting aangezet en gaan de verkeerslichten groen branden. Mooi staaltje van miniatuurbouw!
Dit is een maquette van een monument dat u wellicht niet kent: het Fyrish Monument. Het origineel staat in Fyrish Hill (in Schots Gaelic: Cnoc Fhaoighris), in Fyrish in Evanton. Dat ligt dicht bij Alness in het als Easter Ross bekend staande gebied in midden Schotland.
Het werd gebouwd in 1782, in opdracht van Sir Hector Munro, 8e laird van Novar (‘laird’ is de benaming van een erfelijk overdraagbare landeigenaar). Munro had als generaal dienst gedaan in het Britse leger in India.
Tijdens de zogenoemde Highland Clearances, die in twee fasen plaatsvonden tussen ruwweg 1750 en 1850, werden mensen verdreven van het land dat ze generaties lang hadden bewerkt. De manieren waaop het land werd bebouwd en begraasd waren aan verandering onderhevig, meestal als gevolg van het toenemende geldgebrek bij de landeigenaren. In de eerste fase was er nog sprake van gedwongen (maar nog wel ‘geholpen’) verhuizing naar de kustgebieden, waar in de visserij nog wel werk te vinden was. Bij de tweede werd het ‘gewoon’ verdrijving en bekommerde men zich niet of nauwelijks om het lot van de verdrevenen.
Sir Hector, die blijk gaf van een voor die tijd opmerkelijke betrokkenheid bij het wel en wee van ‘de mindere klassen’, startte zijn bouwproject om zijn mensen, die niet of nauwelijks konden overleven, aan het werk te houden. Er werd zelfs gefluisterd dat hij regelmatig stenen die naar de top van de heuvel waren gesjouwd, eigenhandig weer naar beneden rolde om op die manier de bouw langer te laten duren – en daardoor de bouwers langer te moeten betalen. De waarheid van dit verhaal konden we helaas niet vaststellen…
Het monument stelt de ‘Poort van Negapatam’ voor, die ligt in Madras in India. Die poort – en daarmee de stad – werd in 1871, aan het begin van de 4e Brits-Nederlandse oorlog, door Sir Hector veroverd op de troepen die onder Nederlandse vlag waren verzameld door de VOC en lokale machthebbers. Zo krijgt dit verhaal ook nog een Nederlands tintje…
Natuurlijk moet ook dit monument netjes worden uitgelicht. Daar is best wat denk- en puzzelwerk en overleg voor nodig, want je wilt natuurlijk niet dat die lampjes in het oog lopen en daardoor het totale effect om zeep helpen.
Gelukkig zijn er tegenwoordig van die heel kleine ledlampjes die vrijwel altijd wel ergens in, op of onder te verstoppen zijn. Zie de foto hieronder, die is gemaakt bij een van de vele Schotse viaducten: als het lampje niet brandt, zie je niet dat het er staat!
De bouwactiviteiten aan onze maquette van de Forth Bridge zijn afgerond. Er staat een werkelijk gigantisch model van deze brug klaar om naar onze spuitcabine te worden getransporteerd (een klein filmpje van dat transport staat op YouTube. U kunt het hier bekijken).
Even wat cijfertjes: de bouwers schatten dat er een dikke 22 meter pvc-buis in de brug is verwerkt. De vierkante onderdelen met de kruisvormige verstevigingen zijn gemaakt van karton en polystyreen dat in de lasersnijmachine in de juiste vorm is gesneden. Ongeveer 5 m2 karton en 3 m2 polystyreen! Daarnaast zijn er ook nog de nodige tubes epoxy- en universele lijm verbruikt.
Het is nog een aardige klus om de brug zijn juiste kleur rood te geven. Daar ging het een en ander aan overleg vooraf en ook moest onze modelbouwer het dek van de brug waarop de treinsporen hun plaats gaan krijgen, afdekken om te voorkomen dat dat ook rood geverfd zou worden… Het totale project kostte een zestal spuitbussen rode verf.
De brug is een van de weinige objecten die niet ín, maar vóór de spuitcabine moest worden geplaatst: hij is domweg te groot om erin te kunnen. Betekent wel: extra voorzichtig zijn met het hanteren van de spuitbus om te voorkomen dat de rest van de ruimte ook mooi ‘Forth Bridge – rood’ wordt!
Nog een aardig weetje over de echte brug: die heeft een eigen onderhoudsploeg die ook verantwoordelijk is voor het schilderen van het gevaarte. De totale te schilderen oppervlakte van de brugonderdelen is 59 hectare (!) groot en men heeft er een kleine 32.000 liter verf voor nodig.
Overigens is het – anders dan bij de beroemde Golden Gate Bridge in San Francisco – bij de Forth Bridge niet meer zo dat het schilderen een permanente klus is. In een artikel in de Independant van 11 september 2011 is te lezen dat door een nieuwe verfsoort te gebruiken, de eerstvolgende verfbeurt pas over een 25 jaar hoeft te worden uitgevoerd.
Of onze Forth Bridge ook ooit een nieuwe verflaag nodig heeft, zal de toekomst uitwijzen!
Hier zijn twee collega’s bezig met het laatste deel van ons Schotland: de hoek waar straks onder andere de Forth Bridge en Edinburgh Castle hun plek gaan krijgen.
Voordat dat kan gebeuren, moet er het nodige schilderwerk worden uitgevoerd. De ene collega houdt zich bezig met het minutieus creëren van de oppervlakte van een groot meer; de ander hanteert de verfroller om de rand van de miniatuurwereld een net aanzien te geven – misschien iets minder kunstzinnig, maar net zo nodig (en veel sneller klaar).
Wat meer naar achteren (foto rechtsboven) een stukje maquettebouw dat aandacht verdient. Deze foto’s zijn gemaakt voordat het grote meer op de foto’s hierboven er was.
Gewoon een stukje muur, ergens langs een kust, maar bij inzoomen een knap staaltje werk. Eerst een gipsen wandje inkerven zodat er ‘stenen’ ontstaan. Dat geheel de juiste kleuren geven. Daarna begroeiing in diverse tinten ertegenaan plakken en tenslotte het geheel voorzien van een onderste keienlaag, keitje voor keitje met een pincet in de ondergarond gedrukt. Mag je eigenlijk niet ‘gewoon’ noemen…
In het polderlandschap van onze miniatuurwereld staat een fors aantal molens die met draaiende wieken het totale beeld een stukje levendiger maken. Nu viel het een van onze collega’s op dat de wieken van een van die molens de verkeerde kant op draaiden: bij traditionele molens draaien de wieken tegen de wijzers van de klok in, als je met de wind in de rug voor de molen staat. De wieken (of rotorbladen) van moderne windmolens die voor het opwekken van elektriciteit worden gebruikt, draaien de andere kant op.
De oorzaak van de verkeerde draairichting van de wieken van die ene molen bleek het gebruikte motortype te zijn. De draairichting van deze wisselstroommotoren van Faller is mechanisch om te schakelen, maar na verloop van tijd gaan ze ‘spontaan’ weer de andere kant op draaien.
Een goede reden om tot een ingrijpende renovatie over te gaan. Onze collega zocht en vond vervangende motoren, die op gelijkstroom werken. Hij zorgde ervoor dat de draaisnelheid aangepast kon worden door er een elektronische snelheidsregelaar bij te monteren.
De motor wordt gemonteerd op een motorbok en gekoppeld aan een koppelbus. Die bus zit vast gemonteerd in een lager van hoge kwaliteit (zie de foto hieronder); de wiekas (of wiekenas) met de wieken eraan is aan de andere kant van de koppelbus gemonteerd. Op deze manier is er sprake van een wrijvingsloze constructie.
Natuurlijk ging dat alles niet zonder slag of stoot: de diameter van de koppelbussen bleek 0,2 mm dikker te zijn dan de binnendiameter van de lagers. Gelukkig hebben we een met een andere collega een grootheid op het gebied van het bewerken van mini-materiaal in huis. Die kon op zijn mini-metaaldraaibankje thuis precies genoeg van de bussen afdraaien (het zilverkleurige deel) om ze wél in de lagers te laten passen.
Mooie bijkomstigheid: deze oplossing kost ons € 6,- per molen, terwijl een nieuwe Faller-motor € 30,- kost… Tel uit je winst!
Na deze technische revisie kreeg het schilderwerk van de molens nog een opknapbeurt. Ook de rode sterren (bekend van de molens in Kinderdijk), die bij een vorige revisie helaas verdwenen waren, zijn waar nodig weer teruggeplaatst.
Eenzelfde operatie zijn we aan het uitvoeren op onze kermis. Ook daar zijn diverse attracties aan een motorrevisie toe. De eerste resultaten zijn veelbelovend: we hebben nu een natuurgetrouw draaiende zweefmolen en een net zo soepel werkende attractie ‘uit de oude doos’: de zogenoemde ‘Rainbow’.
Op de onderste foto ziet u dat ook de lokale ondernemers assistentie verleenden bij het werken aan de motorrevisies van de molens!
Hier gaat het een aantal van onze ‘fans’ toch om: de treinen die hun dagelijkse rondjes afleggen door de miniatuurwereld. Soms gebeurt er iets wat we liever niet zien, zoals de ontsporing op de foto rechts. Gelukkig is er bij ons slechts het snel en kundig ingrijpen van een van onze mensen in de Commando Centrale voor nodig om de situatie te klaren…
Ook blijkt er wel eens een locomotief ‘verdwenen’ te zijn: zo vond een van de collega’s onlangs een nogal fout geparkeerd railvoertuig terug bij een distributiecentrum (zie de foto hieronder). Nader onderzoek heeft geen uitsluitsel over de oorzaak opgeleverd.
Verder laten we de foto’s voor zichzelf spreken.
November 2023

De originelen van deze huisjes zijn te vinden in Berwick-upon-Tweed, dat aan de Noordzee ligt op een goede 5 km van de grens met Schotland. Dat we de huisjes des-ondanks in Schotland plaatsen, is een vrijheid zoals we die ons wel vaker veroorloven… Niet alleen het natuurgetrouw namaken van de buitenkant is goed gelukt, onze model-bouwer is erin geslaagd om de ook binnenkant een levensechte uitstraling te geven.
Hij heeft foto’s van kamerinterieurs gedownload van Internet en aangepast op de grootte van het raam van de kamer waarvoor ze bestemd zijn. Die foto’s print hij op transparante film en plakt ze aan de binnenkant van de ramen. Als je er dan een lichtje achter laat branden, krijg je als je van buiten naar binnen kijkt de indruk van een gemeubileerde kamer of keuken.
De volgende stap is de installatie van ledlampjes en -strips. Een paar van die lampjes krijgen een heel dun likje gele verf, om te voorkomen dat het licht in alle kamers dezelfde ‘kleur’ heeft, wat er nogal saai uit zou zien. Alles in het teken van de bevordering van het natuurlijke karakter!
Na het aansluiten van al die losse draden op een blokje en het programmeren van een zogenoemd ‘lichtorgel’ (dat ervoor zorgt dat niet alle lampen tegelijk aan- en weer uitgaan), rest alleen nog de aansluiting op het ‘stroomnet’ van Groot-Brittannië. Als de dag/nacht-cyclus daar eenmaal operationeel is, hoeven de mini-bewoners van deze huisjes tijdens de ‘nacht’ niet meer te wachten op zonsopgang…
In een van de kamers heeft onze modelbouwer ook een open haard gesimuleerd; hij heeft daar een ‘kaarslicht-ledlampje’ voor gebruikt. Op een kort filmpje dat we hebben ge-upload naar YouTube is het effect te zien – al zou de felheid van die open haard wel eens tot gevolg kunnen hebben dat de Miniworld-brandweer wordt gealarmeerd…
Nog meer nieuwe gebouwen, voorzien van interieurs en verlichting op dezelfde manier als hierboven beschreven bij de huisjes in Berwick-upon-Tweeed. Hier gaat het om drie gebouwen die straks in ons Edinburgh komen te staan.
Het gebouw links op de foto (we zijn nog aan het uitzoeken waar het precies staat) moet een geruststelling zijn voor onze vrouwelijke Schotse miniatuurwereldbewoners: ze zullen in op zijn minst één modezaak kunnen shoppen!
De twee andere gebouwen staan in Cockburn Street, respectievelijk nummer 6 en 14, rechts en links van de trappen van Warriston’s Close. Hieronder een paar foto’s van de originelen, waarbij 14 Cockburn Street deel blijkt uit te maken van ‘Edinburgh Municipal Buildings’, zoals de plaquette aan de Cockburn Street-kant getuigt. Overigens had de fotograaf kennelijk moeite om het hele gebouw op de foto te krijgen…
De gevel van onze maquette moet nog ‘op kleur’ worden gebracht.
6 Cockburn Street, aan de andere kant van de trappen, ziet er in het echt ook een stuk minder donker uit dan onze maquette. Wordt aan gewerkt! Op Google Street View ziet het pand eruit zoals de onderste van de twee foto’s laat zien.
Aan de fameuze scheepslift bij Falkirk in Schotland, het Falkirk Wheel, hebben we al een paar keer aandacht besteed. Terecht, want het is een waar waterbouwkundig kunstwerk. Ook onze maquette mag er zijn; u hebt in het vorige Bouwverslag nog kunnen lezen dat de verlichting van het object is geïnstalleerd.
We zijn intussen alweer een stap verder: het Falkirk Wheel staat op zijn plaats, in een eigen ‘meertje’ links van de grote plas waarin de Forth Bridge zijn plek heeft.
Nu suggereert het woord ‘scheepslift’ dat er schepen omhoog en omlaag worden gebracht en dus moesten we nog aan de slag om een aquaduct te bouwen, waarover de schepen vanuit het hooggelegen kanaal naar de boveningang van de scheepslift kunnen varen. Ook het echte Falkirk Wheel heeft zo’n aquaduct (foto rechts).
Hiervoor hebben we de vertrouwde bouwmethode gebruikt: eerst alle onderdelen in de juiste vorm en onderlinge verhouding invoeren in onze AutoCad-tekensoftware, de resulterende digitale tekeningen overbrengen naar de lasersnijder en de daardoor uitgesneden en van profielen voorziene onderdelen assembleren. De foto rechts toont de twee pilaren van het aquaduct.
De waterbak van het aquaduct (op de foto hiernaast het grijze gedeelte) ligt op een metalen profiel, dat kromtrekken moet voorkomen. Op de plaats waar de bak is gemonteerd aan de pilaren, zijn aan de onderkant ledlampjes aangebracht die de zijkant van de pilaren verlichten. Net als in het echt.
Op de foto rechts kunt u zien hoe nauwkeurig onze lasersnijder werkt: de uitsparingen voor de reling zijn 1 x 3 mm groot en staan allemaal exact op de juiste onderlinge afstand.
Tijd om het geheel op zijn plaats te gaan zetten. Dus de beitel en ander breekwerktuig ter hand genomen: we moeten ook wel eens iets afbreken… Hier is dat de plek waar het aquaduct overgaat in de tunnel waardoor het eerste deel van het toevoerkanaal loopt. Een kwestie van voorzichtig een opening hakken in de zo netjes aangelegde en met ‘gras’ beklede gipswand. Daarna de waterbak van het aquaduct voorzichtig op zijn plaats manoeuvreren. Natuurlijk moeten we dan ook nog met de waterpas controleren of die bak wel netjes helemaal horizontaal loopt!
Inmiddels kunt u als bezoeker de scheepslift bedienen via een drukknop.
De laatste foto’s bij dit item tonen de hele constructie, mét fraaie ledverlichting en een stukje van de Forth Bridge op de achtergrond. Als straks de maquette van het bezoekerscentrum annex kantoorgebouw ook klaar is, er weer een stukje Schotland ingevuld!
Een paar foto’s van de vorderingen in het laatste deel van ons Schotland, rechts achterin de kelder. Hierboven en rechts een beeld van ‘Edinburgh in wording’ en verder een aantal landschapsfoto’s.
We zullen hem niet het topstuk van onze miniatuurwereld noemen, onze versie van Forth Bridge, want dan doen we een heleboel andere mooie maquettes te kort, maar mooi is hij beslist. Imposant en groot, ook! Dat laatste bleek bij het transport van het object vanuit het modelbouwatelier naar de Groot-Brittannië-kelder. Voorafgegaan en gevolgd door een aantal enthousiaste collega’s, die als fotograaf of videomaker (of gewoon uit belangstelling) het hele proces op de voet volgden, legde de brug in een rustig tempo het hele traject af.
Omdat het te ver voert om alle gemaakte foto’s in dit Bouwverslag op te nemen (zo ongeveer elke afgelegde meter is op foto en/of film vastgelegd…) hier een impressie van een paar momenten. Vooral de passage over de trap naar beneden was uitdagend!
U kunt het gehele traject inclusief de plaatsing van de brug op zijn brugpijlers volgen in een nieuw, uitgebreider filmpje dat we op YouTube hebben geplaatst.
Toen de brug eenmaal beneden was aanbeland – gelukkig in één stuk en zonder beschadigingen! – was het tijd om de al eerder gemaakte brugpijlers tevoorschijn te halen.
Die werden om beschadigingen te voorkomen op een blad papier op het zo minutieus geschilderde meeroppervlak gezet, waarna drie man de brug op zijn plaats tilden. Daarna uitlijnen, de enige pijlertoren (aan de achterkant, helaas is er aan de voorkant geen plaats voor een tweede…) op zijn plaats zetten en dan staat hij!
Een van onze treinologen, die al van jongsaf aan bezig is met treinen en het onder-houden en aanpassen daarvan (in de nieuwsbrief van december gaat u met hem kennismaken!), heeft zich gestort op een memorabele klus.
Er reed al een tijd lang een Intercitytrein van de NS rond in onze miniatuurwereld, maar die begon storingen te vertonen, met steeds vaker uitval als gevolg. Op een dag besloot men dat er een vervanging moest komen, maar die moest dan wel een natuurgetrouwe kopie zijn van de IC Direct uit het grootbedrijf.
De trein rijdt in dubbeltractie, met één locomotief ‘op kop’ en de andere achteraan. Een van deze twee is voorzien van een digitale decoder. De andere krijgt zijn voeding via zogenoemde ‘stroomvoerende koppelingen’. Een daarvan is te zien op de foto hier rechtsonder (dit is de decoderloze loc); natuurlijk moesten niet alleen de locomo-tieven, maar ook alle rijtuigen van de trein van deze koppelingen worden voorzien.
Daarnaast hebben alle rijtuigen ook nog een extra sleper gekregen, waardoor het vrijwel onmogelijk is geworden dat het treinstel ergens op de baan geen stroom meer krijgt en dus stil komt te staan.
In alle rijtuigen zijn ook figuurtjes aangebracht, die op een vrolijke manier zijn beschilderd (er wordt gefluisterd dat het zusje van onze collega daarvoor verant-woordelijk is).
Een mooie klus met een prima resultaat: een storingvrij rijdende IC Direct (voor de kenners: de NS Traxx 186).
Voor een leek is de werktafel hierboven één grote chaos. Voor de ervaren knutselaar is dat niet zo; hier liggen de gedemonteerde onderdelen van een van onze kermis-attracties.
Na de goed bevallen upgrade van de motoren van de molens in ons polderlandschap (waarover we in het vorige Bouwverslag vertelden), is nu onze kermis aan de beurt. Een kritische bezoeker zal vast al wel eens hebben geconstateerd dat diverse attracties op zijn zachtst gezegd nogal stoterig bewogen – wat voor de ervaren kermisfreak overigens de aantrekkingskracht van zo’n attractie juist verhoogt, maar dat terzijde.
Zo is hier rechts de bekende ‘Indiago’ te zien, oorspronkelijk een Faller-bouwpakket. De staat van het geheel is zacht gezegd niet helemaal meer zoals we hem graag zouden zien. Het is de bedoeling dat de gondel aan twee tegen elkaar in draaiende armen is opgehangen, waardoor er een voor de liefhebbers onweerstaanbaar effect optreedt van heen-en-weer en op-en-neer geslingerd worden.
Prima, maar dat dient dan wel zo schokvrij mogelijk te gebeuren, en wat zeker niet mag is dat de twee armen opeens dezelfde kant op gaan draaien als een van de twee motoren spontaan van draairichting wisselt. Dus zijn ook in deze en in een aantal andere attracties dezelfde nieuwe gelijkstroommotoren ingebouwd als we bij de molens hebben gedaan. Met een elektronische snelheidsregeling van eigen makelij kunnen we een realistische draaisnelheid instellen.
Omdat we nog een vrij stukje achter station Rotterdam Blaak ontdekten, hebben we daar een ‘dependance’ van de kermis ingericht. Daar kregen en krijgen nog een paar attracties een mooi plekje. Niet alleen het technische gedeelte, ook de buitenkant van de diverse attracties kon wel een opknapbeurtje gebruiken. Zo is de toegang tot het reuzenrad weer van een fris, eigentijds kleurtje voorzien. Dat rad zelf krijgt van onze elektronicaexperts een fraaie ledverlichting, waardoor het straks een extra aandacht-trekker zal zijn.
De foto hieronder toont de elektronische schakeling die de draaisnelheid van de motor regelt. In elke attractie zijn een of meer van dit soort elektronicasnufjes ingebouwd.
Verder zijn alle attracties voorzien van een connector in de aansluitdraden, zodat we ze veel eenvoudiger dan in de oude situatie kunnen loskoppelen en weghalen als we er bijvoorbeeld onderhoud aan moeten plegen!
Op de foto rechts het resultaat van deze renovatie-actie: een reeks ‘afgekeurde’ Faller-motoren die overbodig zijn geworden (maar wel ergens in een magazijn opgeslagen blijven, want je weet maar nooit…).
Tenslotte nog een paar overzichtsfoto’s; we hebben ook een kort filmpje van de vernieuwde kermis ge-upload naar YouTube.
December 2023

Een kort verslag, deze maand. De kerstdagen en de jaarwisseling zijn daar schuldig aan: in die periode is het tempo van de bouwactiviteiten lager dan anders. Gelukkig hebben we toch nog het een en ander weten te verzamelen!
Zo zijn onze elektronica-experts bezig geweest met de mijngang in ons Schotland. Het was nodig om de al geïnstalleerde ledverlichting op orde te brengen en er was zo hier en daar ook nog wel een plekje te vinden waar de verlichting beter kon.
Ook lagen de rails nog niet helemaal zoals we graag wilden. Daarom is er een geheel nieuw spoortrajectje aangelegd. Verder moesten we op zoek naar een beter in het beeld passend locomotiefje: de treinrails zijn namelijk het eindpunt van een kort lokaal spoorlijntje tussen de Strathisla Distillery en de whiskyopslag in de mijn.
(De foto hierboven toont het ‘gat’ waar de hele mijn-scène staat; rechts ziet u de achterkant van de scène met alle aansluitdraden en elektrische verbindingen).
Een volgende geplande uitbreiding is een lift die in de mijnschacht op en neer gaat bewegen. Als het geheel straks klaar is, kunnen de bezoekers door een druk op de knop de scène in beweging zetten: eerst gaan de lichten aan en komt de lift in beweging, daarna vertrekt de locomotief met de whiskywagon naar het einde van het spoor en komt weer terug. Tenslotte gaan de lichten dan weer uit.
Onderin de mijn is de opslagplaats van de whiskyvoorraad. Daar komt straks ook verlichting.
De enige dissonant tot op heden is de wagon met de whiskyvaten: het is onwaar-schijnlijk dat een typisch Duitse wagon (van een concurrent ook nog!) over een Schots spoorlijntje rijdt… Daar wordt aan gewerkt: te zijner tijd zal de wagon op de foto rechts tussen de mijn en de distilleerderij gaan pendelen!
December was natuurlijk ook de maand waarin we onze attractie in kerstsfeer brachten. Dat betekende niet alleen kerstbomen optuigen en allerlei andere kerst-decoraties neerzetten, maar ook ons traditionele kerstdorp opbouwen! Dus haalden we alle spullen uit het magazijn op en brachten we de stoelen van de minibioscoop daarnaartoe.
Op een paar tafels legden we polystyreen platen (handig, want al wit) neer. Het uitzetten van het tramspoor (want er moet natuurlijk iets bewegen in zo’n dorp) was de eerste stap en daarna volgden de ‘heuvels’ en ‘tunnels’.
Dan zijn de gebouwen aan de beurt: de huisjes, winkeltjes, kerken en wat er verder allemaal staat. Al die gebouwtjes hebben hun eigen verlichting en voor al die lampjes moeten we hun adapters op stekkerdozen aansluiten. Dat leidt nog wel eens tot een gevoel van machteloosheid als je op zoek bent naar de adapter van dat éne huisje…
Midden door het dorp loopt een beek die uitmondt in een meertje. Gelukkig is het niet zó koud dat die bevriezen, want daardoor is er ook plek voor een paar kanoërs, roeibootjes, partyscheepjes én zwanen… We laten de foto’s verder voor zich spreken!
Tot slot nog een aantal foto’s van ons Schotland. De dag waarop we daar klaar zijn komt dichter- en dichterbij!



