Bouwverslagen 2024

Mini Moments Contained

12 bouwverslagen uit 2024 van Miniworld Rotterdam, per maand: Mini Moments Contained, GB by night, Paasvondsten.

Alle bouwverslagen van 2024 uit het atelier van Miniworld Rotterdam op één pagina, per maand. Zo zie je hoe de miniatuurwereld in 2024 groeide.

Januari 2024

Mini Moments Contained

Op het Stationsplein in Rotterdam staat sedert juni vorig jaar een 4 meter hoog bronzen beeld, ‘Moments Contained’ genaamd, van de hand van de Engelse kunstenaar Thomas J. Price. Het stelt een jonge, fictieve, gekleurde vrouw op sneakers voor, handen gebald in de zakken van haar trainingspak. Met een uitstraling van weerbaar-heid, zelfvertrouwen en kwetsbaarheid.

Leuk detail: het beeld staat niet op een sokkel, maar met beide voeten op de grond, tussen de voorbijgangers. Het is aan de stad Rotterdam geschonken door de Stichting Droom en Daad en maakt deel uit van de Internationale Beelden Collectie van Rotterdam.

Natuurlijk zagen onze modelbouwers hier een uitdaging. Een van hen slaagde erin om met behulp van een halve wijnflescapsule een ‘replica’ (ok, een eigen interpretatie…) te maken. Hij bewerkte met veel geduld de capsule zó, dat die een mal werd. Daarin goot hij kunsthars, die eenmaal uitgehard resulteerde in het hierboven afgebeelde vrouwenbeeldje. Ook deze dame staat op sneakers, maar onze modelbouwer vond het een aardig idee om haar van een mooi handtasje van een bekend Frans merk te voorzien… Onze ‘Moments Contained’ staat wél op een sokkel, overigens.

Het malletje is ook op een sokkeltje gezet en is nu zelf ook een beeld, zij het dat dat niet in de miniatuurwereld staat.

Een deel van de bekende High Street in Edinburgh, van de ‘West Bow’ tot ‘St. Giles Street’, draagt de naam ‘Lawnmarket’. Al in 1477 werd officieel bepaald dat de markt voor wat men ‘binnenlandse handel’ noemde: garens, kousen, grove kleding en dergelijke, in dit deel van de High Street gehouden moest worden. Later werd linnen het meest verhandelde product. Ten gevolge hiervan kreeg de plek de naam ‘Land Market’, wat later werd verbasterd tot ‘Lawnmarket’.

Heden ten dage staan er vooral op het toerisme gerichte winkels. Eén daarvan heet de ‘Heritage of Scotland’ en is gevestigd in een ruimte onder drie identieke gebouwen, elk voorzien van een erker op de tweede en derde verdieping en een gevelbetimmering in dezelfde kleur op de bovenste etages.

Het bedrijf deelt het gebouwencomplex overigens met een ander. Wij hebben de vrijheid genomen om de naam ‘Lawnmarket’ wat groter op de gevel te plaatsen dan bij het origineel het geval is. Het zal u niet verbazen dat dit tweede bedrijf zich ook richt op de toerist, ook al staat er ‘Old Time Photos’ boven de etalages…

Onder het motto ‘Jong geleerd, oude gedaan’ is een van onze stagiairs bezig met het schilderen van raamkozijntjes. Naar oud-Brits gebruik zijn dat er veel, zeker in oude gebouwen!

De drie panden op de foto hierboven zijn een kopie van een aantal gebouwen aan Edinburghs Grassmarket. Door zijn oude gebouwen is Grassmarket deel van het Werelderfgoed van Unesco. Hij ligt zo’n beetje aan de voet van Edinburgh Castle.

Van oudsher (ook) een plek waar markten werden gehouden, kreeg Grassmarket in de periode van de 16e tot de 18e eeuw een wat grimmiger bestemming: het was dé executieplaats van Edinburgh, waar menig persoon het leven liet aan de galg…

In de panden zijn op de begane grond diverse bedrijven gevestigd, variërend van een dansstudio tot een heuse ‘Inn’, een American Pizza-restaurant en natuurlijk een paar pubs.

Onze ‘interieurverzorger’ heeft ze volgens het proces dat we in het vorige Bouwverslag hebben beschreven, voorzien van verlichting en ‘binnenaankleding’. Alles ter verhoging van het realiteitsgehalte!

Een eindje verderop aan Grassmarket staat het gebouw waarvan de maquette op de foto rechts staat. Het ziet er op het oog wat moderner uit en valt eigenlijk een beetje uit de toon in vergelijking met de oude gebouwen in de straat.

Toch is er een van Edinburghs oudste pubs in gevestigd: ‘The White Hart Inn’, in het middelste deel van het gebouw. Volgens zeggen zou dat zelfs de oudste pub van Edinburgh zijn, die al sedert 1516 deze naam draagt.

Het is een zeer geliefd etablissement, niet alleen bij de ‘locals’, maar ook bij toeristen, zeker degenen die aan een van de ‘Ghost Tours’ hebben deelgenomen. Van The White Hart Inn wordt namelijk verteld dat hij in de afgelopen eeuwen heel wat spoken en geesten heeft gehuisvest.

Ook hebben bekende dichters als Robert Burns en William Wordsworth er menig glaasje single malt achterover geslagen. Met een keuze uit (momenteel) meer dan 70 (!) verschillende whisky’s, heel wat locale en internationale biersoorten en niet te vergeten de maaltijden - van traditionele Schotse gerechten (waaronder natuurlijk de befaamde haggis met neeps en tatties) tot hoogst eigentijdse burgers en fish & chips - hebben die dichters ook nu nog jaarlijks heel wat navolgers.

Hij stond al een tijdje stil, onze cementmolen, en dat was onze collega een doorn in het oog. Na de succesvolle vervanging van een aantal motoren in de molens in ons Polderlandschap en in de attracties op de kermis daar dichtbij, kon hij niet wachten met het uitvoeren van een soortgelijke actie in onze Cementfabriek. Met een mooi resultaat: de buis tussen de twee gebouwtjes draait nu weer in een constant tempo rond, zoals u op dit korte YouTube-filmpje kunt zien!

Zo werd en wordt er continu gewerkt, niet alleen aan nieuwe maquettes, maar ook aan de objecten die (soms al jaren) in de miniatuurwereld staan. Een andere collega hield zich vlak naast Hotel New York bezig met de reparatie van een stukje hekwerk dat door onbekende oorzaken was ‘gesneuveld’.

In een vorig Bouwverslag vertelden we al over de ‘dependance’ van de kermis, die werd ingericht op een stukje braakliggend terrein vlak bij het oude station Hofplein.

Inderdaad was er naast het zogenoemde luchtspoor nog een plekje over waar we een echte attractie ‘uit de oude doos’ konden plaatsen: een maquette van een reuzenrad dat in vroeger jaren onderdeel was van de grote kermis aan de andere kant van onze miniatuurwereld.

Hij moest wel grondig onder handen worden genomen, want een aantal jaren stilstaan gaat je niet in de koude kleren zitten als je een reuzenrad bent…

Om dat goed te maken kreeg de maquette een nieuwe motor, zodat hij weer zonder problemen rustig kan draaien. Waar dat nodig was werden reparaties uitgevoerd en al het schilderwerk (en een kermisattractie is gerwoonlijk een kleurig geheel) werd vernieuwd.

Onze elektronica-experts hebben hem meteen ook maar van een fraaie ledverlichting in velerlei kleuren voorzien, zowel rond de as als langs de spaken en bij de zitbakken. Hierdoor is het reuzenrad weer operationeel en volledig hersteld in zijn status van aandachttrekker – zeker in de Miniworld-nacht!

Een bijna continu proces: het onderhoud aan ons ‘rollend materieel’. Hier is een van onze treinologen bezig met het vervangen van stroomdoorvoerende koppelingen.

Zoals de naam al zegt, zorgen dit soort koppelingen ervoor dat de digitale signalen die via de rails naar de decoders in de locomotieven worden doorgegeven, verder worden getransporteerd naar de rijtuigen. Zo kan bijvoorbeeld met één commando de binnenverlichting van een hele trein worden in- en uitgeschakeld.

Er is wel een nadeel: even ontkoppelen is er niet bij… Niet echt een probleem, want onze treinen rijden meestal in een vaste samenstelling hun rondjes!

Een andere klus was het onderhoud op een paar zogenoemde ‘Motorposten’, speciaal voor het vervoeren van post ingerichte ééndelige treinstellen. Tot het begin van de jaren 50 van de vorige eeuw werd post veelal meevervoerd met reizigerstreinen, maar het in- en uitladen van de postzakken en pakketten ging steeds vaker voor vertragingen zorgen. Daarom besloot men motorrijtuigen te gaan inzetten, speciaal voor postvervoer. Het toenmalige staatspostbedrijf PTT (wie kent nog het grapje ‘Putje graven, tentje zetten, tukkie doen!’?) bestelde een serie van 35 motorrijtuigen die de naam ‘mP 3100’ kreeg. Deze waren afgeleid van de Mat ’64-serie en werden gebouwd door Werkspoor; de NS deed het onderhoud en leverde ook het rijdend personeel.

In eerste instantie waren die motorposten (zoals ze al snel werden genoemd) donkerbruin, maar tussen 1975 en 1985 werden ze overgeschilderd in een combinatie van de huisstijlen van de NS (geel) en de PTT (rood).

In de loop van de jaren ’90 van de vorige eeuw nam het postvervoer per spoor af, tot het uiteindelijk in mei 1997 helemaal stopte. De motorposten werden in die jaren overgedragen aan de NS, die enkele ervan gebruikte voor het vervoer van materiaal tussen de diverse NS-werkplaatsen. Vier exemplaren werden ingezet als ‘meetrijtuig’ ten behoeven van het ERTMS, het European Rail Traffic Management System, opgezet als middel om het internationale treinverkeer in Europa zoveel mogelijk te standaardiseren.

Het overgrote deel van de resterende motorposten is gesloopt, waarbij nog bruikbare onderdelen achter de hand werden gehouden als reserve voor het Mat ’64-materieel. Er zijn er nog een paar voor het nageslacht bewaard gebleven: zo staat de mP 3031, teruggebracht in de originele bruine kleur, in het Spoorwegmuseum in Utrecht (zie de foto rechts) en is de mP 3029 in het bezit van en opgeknapt door de Stichting 2454 CREW.

In onze miniatuurwereld rijdt één zo’n ex-motorpost in de Railion-kleuren op ons ‘museumrondje’. Het exemplaar op de foto hierboven in de NS/PTT-kleurencombinatie met het nummer 3020 rijdt een pendeldienst van en naar station Rotterdam Centraal. De derde, mP 3004, is gekoppeld aan een poetswagon van de Stichting Roestrijden die wordt getrokken door een NS-locomotief van de 2400-serie. Dit treinstel (foto hieronder) verricht zijn echte (!) railpoetswerk op onze HogeSnelheidsLijn. Een klein YouTube-filmpje toont de mP 3004 en de mP 3020 op de testbaan.

Het in goede staat houden van die vele, vele meters rails die er in onze miniatuurwereld liggen is een klus die niet alleen een beroep doet op je technische kennis, maar ook het nodige vraagt van de fysieke gesteldheid. Je moet óók nog eens weten waar je nu wél en waar je maar liever níet je voeten moet neerzetten. Het is al eerder gebeurd en het zal best nog wel eens gebeuren: per ongeluk met een voer door de bodem van de baan heen schieten…

Het probleem van een kapotte wissel (in dit geval een spontaan afgebroken wisseltong) moet natuurlijk zo snel mogelijk worden verholpen, en dat kan kan alleen door het complete wissel te vervangen. Electrische aandrijving onder de baan loskoppelen, het kapotte wissel voorzichtig tussen de aansluitende rails uithalen (en bij voorkeur zonder al te veel van de omliggende scenery te beschadigen), nieuwe erin, aansluiting weer in orde maken, testen of het ding het doet en het ballastbed weer netjes maken. Ben je zó een uurtje mee bezig!

Voor de in techniek geïnteresseerde mens zijn er onder de miniatuurwereld minstens zoveel aansprekende zaken te vinden als erboven. Je kunt zeggen dat zich daar een complete ‘schaduwwereld’ bevindt, niet zo mooi ‘aangekleed’ als die boven, maar er ligt minstens zoveel meter rails!

Op deze sporen, die de zogeheten ‘schaduwstations’ met elkaar en met de ‘boven’ zichtbare rails verbinden, worden treinen tijdelijk gestald om er zo voor te zorgen dat er boven een natuurlijk beeld ontstaat, doordat niet elke minuut dezelfde trein zichtbaar is en er ook de nodige tijd verstrijkt tot de volgende trein verschijnt.

Omdat deze sporen in principe net zo vaak bereden worden als de ‘bovengrondse’, is ook hier schoonmaken en onderhoud aan de orde van de dag.

Daarom is het een goede zaak dat ook onze ‘onderwereld’ is voorzien van goede werkverlichting, zoals die hier kortgeleden is aangelegd in ons Schotland.

Tot slot nog een paar foto’s en een filmpje van een aantal testritten die we hebben gedaan met bekende treinen – voor de Thomas the Tank Engine-fans, althans. Thomas (met een ‘1’ op zijn zijkanten) zelf is hierboven te zien terwijl hij een tweetal rijtuigen Goathland Station uittrekt. Voor Harry Potter-fans een bekende plek: zij kennen het als Station Hogsmeade!

Bij datzelfde station (foto rechts) een andere bekende: locomotief James, rood met zwarte en gouden biezen en een gouden stoomdom. Hij is ook een tenderlocomotief (met een ‘5’ op de tender), maar heeft asindeling 1C.

Getooid met een ‘3’ op de tender is Henry, felgroen met rode biezen, een sneltrein-locomotief die volgens de verhalen niet te beroerd is om ook goederenwagons te trekken als daarom wordt gevraagd. Bij ons reed hij dan ook met een serie open bak-wagons rond en hij vroeg niet eens om speciale kolen uit Wales!

Gordon is ook van de partij, en ook nog eens op hetzelfde station. Hij is net zoals Rebecca een sneltreinlocomotief en heeft een ‘4’ op zijn tender staan.

Klik hier voor een kort filmpje van Henry en James, en let op de verrassing die de laatste u bezorgt!

Februari 2024

GB by night

Over verlichting in ons Groot-Brittannië hebben we al eerder bericht. In de afgelopen maand hebben we op grotere schaal gewerkt aan het aanbrengen van binnen- en buitenverlichting in en bij allerlei huizen, gebouwen en objecten en dat begint zo langzaamaan een betoverend resultaat op te leveren – als het donker is, uiteraard, en dat is het alleen als we ‘met de hand’ het licht uitdoen. Dat hebben we een paar keer gedaan om deze reeks foto’s te maken.

Hierboven het Victoriaanse kavel met op de voorgrond de ‘werkende’ stoommachine en op de achtergrond de ‘Peaky Blinders’-huisjes langs het Caen Locks sluizencomplex. Rechts het hoofdgebouw van Eilean Donan Castle met op de achtergrond een van de pilaren van het Glenfinnan-viaduct.

In het tentenkamp bij het middeleeuwse toernooiveld branden de haardvuren dat het een lieve lust is, al is het voor de mini-middeleeuwers niet eenvoudig om hun potje te koken boven een led-vuurtje… Het weerhoudt de ridders er niet van om ook bij die toch niet geweldige verlichting met gevelde lans op elkaar te blijven afstormen!

De pilaren, bogen en kantelen van Fyrish Monument krijgen een wat spookachtig karakter als in het donker de ledspotjes aangaan. Stonehenge komt er zelfs gekleurd bij te liggen door de lampen aan de onderkant van de bezoekende vliegende schotel.

De watermolen van ‘Little Isabella’ aan de Groudle Glen levert een wat romantischer plaatje op en dat geldt ook voor de prehistorische woningen van Carnauster Village.

Op het station Andrews House, zoals u misschien weet het oudste treinstation ter wereld, vinden de reizigers die op de trein staan te wachten het best prettig als ze in de buurt van zo’n mooie lantaarnpaal kunnen staan.

Het station is niet alleen het oudste ter wereld, het ligt ook nog eens aan de oudste spoorlijn die er op de wereld te vinden is: de Tanfield railway. Al in 1725 werd een ‘treinverbinding’ in gebruik genomen waarover houten wagons over houten spoorrails werden voortgetrokken door paarden. Halverwege de 19e eeuw kwam er stoomtractie. Momenteel is een deel van die oude lijn nog steeds in gebruik voor toeristen, tussen Sunnyside in Gateshead en East Tanfield in Durham.

De gevel aan de perronzijde van het oude Pitlochry Station (waar het boekenwinkeltje volgens de regels van de lokale vakbond ’s avonds is gesloten) is met die verlichting beslist heel mooi te noemen!

We hebben een filmpje op ons YouTube-kanaal geplaatst dat in een soort ‘fly by’ nog veel meer verlichte objecten van Engeland, Wales en (vanaf 03’45’’) Schotland laat zien.

Het aanbrengen en aansluiten van ledspotjes is een klusje waarvoor je goed moet weten waar je kunt staan. Ook de ruïne van de toren van St. Michaels Church bovenop Glastonbury Tor is nu voorzien van binnen- en buitenverlichting.

Rails worden vuil. Dat geldt buiten, bij het grootbedrijf in de echte wereld, maar net zo goed in onze miniatuurwereld. Het schoonhouden van die vele honderden meters rails is dan ook een klus die vrijwel dagelijks op het programma staat. Speciale wagons met daaronder een ‘poetsblokje’ worden door onze locomotieven over de trajecten getrokken. Op die manier realiseren we een zo storingsvrij mogelijke treinenloop.

Gelukkig is er de Stichting Holland Spoor- Roestrijden.nl, die met haar activiteiten het Nederlandse Rail-erfgoed steunt. Zo helpen zij ProRail aan veilig berijdbaar Spoor door onder andere het rijp- en ijzelvrijrijden van bovenleidingen, detectiecontroles en controleritten na updates van treinbeveiligingssoftware. Uit de opbrengsten van deze activiteiten worden donaties gegeven aan railmusea.

Zo ook aan ons: in februari kregen we een doos met 90 railpoetsblokjes, 2 poetswagons en een lading reserveonderdelen van de stichting! Waarom? Ze helpen ook ons graag bij het rijdend houden van de treinen, omdat onze attractie ook de interesse in treinen stimuleert, wat weer kan leiden tot de aanmelding van nieuwe vrijwilligers bij die musea.

We danken de stichting voor deze donatie. Onze treinen rijden weer ongestoord rond!

De verkeerspolitie in onze miniatuurwereld is de afgelopen periode meerdere malen opgeschrikt door raadselachtige ongevallen. Zo bleef een vrachtwagen met aanhanger die tot dat moment plichtsgetrouw en storingsvrij zijn route had afgelegd, opeens stilstaan op een kruispunt.

Gelukkig gebeurde het buiten de spits, maar toch kon niet worden voorkomen dat twee andere vrachtwagens op de stilgevallen combinatie inreden. “Hoe dit heeft kunnen gebeuren”, zei een woordvoerder, “is volstrekt onduidelijk, maar voorlopig gaan we uit van een menselijke fout.”

Een andere gebeurtenis had ernstiger gevolgen kunnen hebben. Snel ingrijpen vanuit onze Commando Centrale voorkwam dat deze autobus vol passagiers die na een lange miniatuurwerkdag op weg waren naar huis, na een slippartij werd aangereden door een van onze trams. Mogelijk was de chauffeur afgeleid door de exorbitante partij lading op het dak van het busje dat – nogal illegaal – geparkeerd stond op het trottoir.

De passagiers van diezelfde (!) RET-lijnbus maakten even later nogmaals enkele benauwde ogenblikken mee toen hun vervoermiddel in een bocht opnieuw slipte en op de andere weghelft tot stilstand kwam, daarmee ook de tramrails blokkerend. Een van de passagiers vertelde onze verslaggever dat hij had gezien dat de chauffeur was afgeleid door een jongedame die op het trottoir liep; de pakketbezorger in een voor het kruispunt wachtend Coolblue-busje verklaarde desgevraagd over de buschauffeur “dat die gozer rijp is voor Maasoord!”

Deze 95 cm lange balken van 9,5 bij 9,5 cm worden de poten van een van de tafels waarop onze modelbouwers een maquette gaan bouwen van een BP-terminal. Stevige poten, maar het wordt dan ook een stevige maquette!

We kregen de opdracht van BP om een maquette van een terminal te bouwen voor educatieve en trainingsdoeleinden, gericht op het verhogen van de veiligheid op de terminal tijdens werkzaamheden. Het uiteindelijke ontwerp, een kopie van een deel van de BP-terminal Rotterdam, omvat drie maquettes en vier minidiorama’s in verschillende schalen. In de maquettes moeten ‘scenario’s’ kunnen worden geplaatst om cursisten goede en foute (en dus gevaarlijke) situaties te kunnen laten herkennen.

Omdat het geheel een integraal onderdeel gaat vormen van het trainingscentrum van BP, moesten we bij het ontwerp natuurlijk rekening houden met de ruimte waarin de maquettes en de diorama’s geplaatst gaan worden. Er moet natuurlijk voldoende loop- en kijkruimte zijn voor de trainer en de cursisten. De modulaire opbouw (niet één grote, maar drie wat kleinere maquettes) maakt eventuele aanpassingen als gevolg van nieuwe inzichten of gewijzigde regelgeving een stuk eenvoudiger uitvoerbaar.

De eerste maquette heeft als onderwerp ‘Tankpark’. Die krijgt een schaal van 1:100 / 1:87 en wordt ongeveer 2,7 bij 1,1 meter groot. Hij gaat plaats bieden aan vier grote opslagtanks, waarvan er eentje ‘opengewerkt’ wordt geplaatst om ook met scenario’s ‘binnen’ te kunnen werken. Elke tank komt binnen een wal te staan en er komen wegen om diverse verkeerssituaties te kunnen nabootsen.

Een paar van de scenario’s die in deze maquette moeten kunnen worden gesitueerd: • zwaar transport, • graafwerkzaamheden, • voertuigbegeleiding, • stralen en schilderen van de tanks (werken ‘op hoogte’), • tankbouw met hijswerk en • ‘heet werk’, laswerkzaamheden aan leidingen.

Er komen zo’n 50 tot 70 figuren in deze maquette, inclusief die welke de trainer zelf bijplaatst ten behoeve van een bepaald scenario.

Op de foto hierboven is de lay-out van het totaal al goed te zien: achteraan de vier plekken voor de opslagtanks en op de voorgrond rechts de ruimte waar drie kleinere tanks komen te staan en links een wateropslagplaats.

Rechtsboven ziet u een stapeltje van vier tanks, al zijn ze nog niet echt als opslagtank herkenbaar… Forse knapen, want de diameter bedraagt een 50 cm!

Zo’n opslagtank wordt stap voor stap opgebouwd. Op een platte ring binnenin de cylinder bevestigen we kruislings op elkaar acht spanten, die er samen voor zorgen dat de dunne metalen wand van de opslagtank niet kan vervormen. Daar bovenop komt nog een ring, waarmee de spanten worden verankerd. Spanten en ring samen zijn de basis voor de acht segmenten die samen het dak van de tank vormen. De spanten en de ringen zijn uitgesneden op onze lasersnijmachine. Op de foto van de vier opslagtanks ziet u de platen waaruit spanten en ringen worden gesneden al klaarstaan.

De oppervlakte van de maquette is voorzien van wegen, gras en verdere aankleding, al liggen de (voor de test brandende) lantarenpalen nog even tegen de grond geplakt om beschadiging te voorkomen. De plek voor de opslagtank rechtsboven lijkt niet helemaal te kloppen, maar dat is zo ontworpen omdat op die plek de opengewerkte tank komt te staan – en die heeft geen voorkant en dus ook geen volledige cirkel nodig!

De grote tafel staat op zijn kant om gemakkelijk aan de onderkant te kunnen werken, waar duidelijk zichtbaar is (zie de foto rechts) dat alle aansluitkabels voor straatverlichting en andere elektrische zaken keurig zijn weggewerkt in kabelgoten.

Natuurlijk krijgen de opslagtanks een hekwerk langs de bovenrand en een driedelige trap aan de zijkant

Op de foto rechts de opengewerkte opslagtank, waarbinnen dus diverse scenario’s die te maken hebben met werkzaamheden binnen zo’n tank kunnen worden geplaatst en beoordeeld. Straks zal er minstens één BP-medewerker te zien zijn die bezig is met het uitvoeren van laswerkzaamheden. Het lassen zelf is al operationeel (dat wil zeggen dat het blauw knipperende ledlampje werkt), de lasser zelf moet nog worden neergezet…

De foto hieronder toont een groot deel van de Tankpark-maquette met de vier opslag-tanks die nu ook zijn voorzien van het benodigde leidingwerk. De hekken en trappen zijn nu netjes in de juiste kleur geschilderd.

In een volgend Bouwverslag laten we zien hoe de verdere bouw, oplevering, aflevering en installatie van deze drie maquettes en de diorama’s verloopt.

Maart 2024

Paasvondsten

Op een afgesloten terrein in onze miniatuurwereld waren medewerkers van enkele onderaannemers druk aan het werk met de aanleg van een nieuwe riolering – hier komt te zijner tijd een nieuw gebouw te staan – toen zij bij het graven op een obstakel stuitten.

Snel werden de zware grondverzetmachines uit de buurt gereden, waarna men voorzichtig met de hand verder groef. Meer en meer bleek het object eivormig te zijn en na complete blootlegging vond men het verstandig om de afdeling Archeologie en Paleontologie van de UMR (de Universiteit Miniworld Rotterdam) in de arm te nemen.

Toen leden van deze afdeling op het terrein arriveerden, zagen zij tot hun schrik dat het eivormige object met behulp van de laadschep van een tweetal bulldozers op een vrachtwagen was geladen, gelukkig zonder dat het beschadigd was.

Desgevraagd verklaarde de verantwoordelijke leidinggevende dat “hij had besloten om het ding maar even opzij te laten zetten, want dat gedoe heeft alles bij elkaar al meer tijd had gekost dan volgens zijn planning verantwoord was, en tijd is ook hier - zij het op schaal 1:87 - geld!”

Nadat de vondst was overgebracht naar een loods op het terrein, konden de UMR-experts een eerste onderzoek uitvoeren. Al snel kwamen ze tot de conclusie dat hier sprake was van een zeer zeldzame vondst: een compleet ei van een Mosasaurus (de uit de mergelgrotten van Zuid-Limburg bekende ‘Maasdinosaurus’).

De verbazing werd echter nog groter toen op de plek waar het ei had gelegen, een tweede exemplaar werd aangetroffen, dat – anders dan het eerste – verpakt bleek in een kleurige folie. Men concludeerde al snel dat het hier niet om een fossiel ging. Nadat het reuze-chocolade-ei op een vrachtwagen was geladen, werd het vervoerd naar het restaurant van de UMR om daar verwerkt te worden tot Paastraktatie: héél veel porties chocoladepudding voor de medewerkers. In het Bouwverslag van januari berichtten we over de gebouwen aan Edinburghs Lawnmarket. De foto’s in dat verslag lieten zien hoe de laatste hand werd gelegd aan de maquettes die we van dat beroemde stukje Edinburgh hebben gemaakt.

Op deze foto’s ziet u dat onze Schotse miniatuurwereldbewoners vanaf nu niet meer in het donker hoeven te leven, wonen en winkelen: onze elektronica-experts hebben in de winkels en de bovengelegen woningen verlichting aangebracht! Ook kregen de panden een passend interieur. We hebben al eerder verteld op welke manier die tot stand komen (zie het Bouwverslag van november 2023).

Ook blijken moderne voorzieningen te zijn doorgedrongen tot Edinburgh-in-het-klein: een van de bewoners (m/v/x) van de panden heeft een zonnebank in zijn kamer laten installeren!

De glazenwasser op de ladder op de foto hieronder geeft wel blijk van een bijzonder hoge arbeidsethiek: zelfs bij nacht gaat hij onverdroten door met het wassen van de ramen – al moet daar wel bij worden opgemerkt dat die nacht maar 24 miniuten duurt, straks…

Een paar foto’s van details van de tweede maquette die we voor de terminal van BP Rotterdam hebben gebouwd: de zogenoemde Vacuümtoren. Vooral met de brandende verlichting geeft het trappenhuis een zeer realistische weergave van wat je ziet als je ’s avonds langs Pernis rijdt!

Die Vacuümtoren is gebouwd op een grondplaat in de vorm van een kwart cirkel met zijden van 1,3 meter lang. Waar de toren in het echt ruim 60 meter hoog is en 10 bordessen telt, is de maquette bij een schaal van 1:50 (en op sommige punten 1:43) 120 cm hoog. Een fors ding, dus. Op de foto hiernaast ziet u de ronde basisvorm, opgebouwd op een houten draagconstructie die in de echte wereld van gewapend beton is. Als u vindt dat die draagconstructie op een keukenkruk lijkt, heeft u helemaal gelijk!

In de maquette worden de volgende scenario’s voorgesteld: • Dropping Objects, • Werken op hoogte, • Hijsen met tas, • Heetwerk (laswerkzaamheden en werk waarbij vonken kunnen ontstaan) en • Werkafzettingen. Ook de pijpen- enbuizenconstrctie naast de vacuümtoren heeft een eigen ‘draagstoel’, waaraan op de foto hierboven een van onze elektronica-experts de bedrading voor de verlichting aan het monteren is.

Naar schatting komen er 20 tot 25 figuren in diverse scènes op grondniveau rond de vacuümtoren en op de bordessen. Hier staan er een paar te drogen na een ‘verfbad’.

Hier staan een paar van die figuren, voorzien van beschermende kleding én helm, op een van de bordessen. Rechts is een deel van een van de pijpleidingen te zien, die op de foto rechts in zijn geheel staat afgebeeld. Alle delen van die pijpleiding zijn nadat ze digitaal zijn getekend, uitgeprint op onze 3D-printer en daarna stuk voor stuk samengevoegd. U krijgt zo trouwens ook een aardige indruk van de fameting van de maquette!

De derde maquette die we voor BP hebben gemaakt, heeft de zogenoemde ‘bundels’ als onderwerp. Dat zijn in feite hele grote warmtewisselaar-installaties, waarin in een complex buizensysteem vloeistoffen worden verwarmd of juist gekoeld met andere vloeistoffen die kouder of warmer zijn. Op de BP-terminal in Rotterdam staan enige honderden van dit soort installaties.

Het buizenstelsel in die installaties moet met enige regelmaat worden onderhouden. Roest en chemische inwerking van de vloeistoffen zijn een continue bedreiging. Het demonteren, reinigen en weer monteren van zo’n ‘bundel’ is een tijdrovend karwei, waarbij allerlei dingen mis kunnen gaan. Logisch dat daar goede en veelvuldige instructie voor nodig is!

Op de foto rechts ziet u vier buizen al geplaatst op hun basis; de vijfde is in aantocht. Elk zo’n buis is gemaakt van pvc-regenpijp in de juiste diameter, waaraan opsluitringen en een ‘koperen’ pijpenstelsel is gemonteerd. De ‘dop’ komt uit de bouwmarkt; de andere onderdelen zijn geprint.

‘Binnenbuis’ in ‘buitenbuis’…

Nu zijn ook de aan- en afvoerbuizen voor de te koelen of te verwarmen vloeistof aan de voorkant gemonteerd, evenals de buizen die de vloeistof waarmee gekoeld dan wel verwarmd wordt. Dat is het achterste stel buizen. Op de foto hieronder het geheel gemonteerd en klaar voor transport.

Na een heleboel werk brak eindelijk de dag aan dat we de drie maquettes konden gaan afleveren bij de opdrachtgever. daar waren voldoende medewerkers aanwezig om te assisteren bij het uitladen.

De trainingsruimte waarin de drie maquettes zijn opgesteld is al passend voorzien van fotobehang waarop allerlei BP-installaties zijn afgebeeld.

Nadat de maquettes op de juiste plek waren neergezet, kwam de grote klus van het ‘aankleden’ en het wegwerken van de laatste onvolkomenheden.

Daar zijn alles bij elkaar nog wel wat dagen in gaan zitten, want alles perfect werkend opleveren is natuurlijk ons uitgangspunt. Klus geklaard, tot volle tevredenheid van de opdrachtgever, de trainers en (hopen we) de cursisten!

April 2024

Plantage Kerkshoven

In het AD van 15 februari 2024 stond een paginagroot artikel over een maquette van een plantage in Suriname, Plantage Kerkshoven genaamd. In dat artikel is beschreven hoe een verzoek uit Suriname leidde tot de ‘ontdekking’ van een oude, helemaal verstofte en versleten maquette in het depot van het Valkhof Museum in Nijmegen.

Marsha Mormon, een nazaat van een van de tot slaaf gemaakten die indertijd op die plantage werkten, beheert met haar partner Bas Spek een museum (‘Museum Bakkie’) aan de Warappakreek in Suriname. Haar betovergrootvader heeft de grond waarop dat museum staat, bij de afschaffing van de slavernij in huur gekregen. Tijdens onderzoek naar het slavernij- en plantageverleden ontdekten ze dat de Surinaamse kunstenaar Gerrit Schouten in 1823 een diorama van de oude Plantage Kerkshoven had gemaakt in opdracht van Gerard de Putter, de toenmalige eigenaar die in Nederland woonde. Dat diorama zou in Nijmegen te vinden zijn. Dat klopte: een nazaat van de opdrachtgever verhuisde aan het begin van de 20e eeuw naar Nijmegen en schonk het diorama aan de gemeente. Na een tijdlang geëxposeerd te zijn geweest in het Volkenkundig Museum van de Radboud Universiteit, belandde het in het depot van het Valkhof Museum.

De beheerders van Museum Bakkie vroegen in 2017 of ze het diorama in bruikleen konden krijgen. Dat verzoek leidde onder andere tot een hoognodige restauratie (foto Bart Beelen, rechtsboven) én tot de opdracht om een replica van het diorama te maken. Die replica was bestemd Museum Bakkie – en de opdracht kwam bij ons model-bouwatelier terecht.

Op basis van honderden foto’s en documentatie van het diorama in Nijmegen gingen onze modelbouwers aan de slag. Ze stuitten daarbij al direct op een factor die de zaak nogal complex maakte: alle gebouwen en andere objecten zijn ‘scheef’. Het geheel is alleen in het juiste perspectief te zien als je op één plek voor het diorama staat. Als je als modelbouwer gewend bent om alles ‘netjes’ met rechte hoeken te bouwen, heb je er opeens een aardige uitdaging bij!

Ook hadden we rekening te houden met de Surinaamse weersomstandigheden: de te bouwen maquette moest bestand zijn tegen hoge temperaturen en luchtvochtigheid, en dus moesten we onderzoeken welke materialen en bouw- en lijmtechnieken we het beste konden gebruiken. Met een combinatie van moderne lasertechniek en ouderwets handwerk lukte het om alles in Gerrit Schoutens authentieke stijl te kopiëren.

We hebben diverse proefopstellingen gemaakt bij onze zoektocht naar de juiste verhoudingen, opdat we het origineel zo goed mogelijk zouden benaderen.

Niet alleen de gebouwen, ook de vele figuurtjes die het originele diorama bevolkten moesten we minutieus namaken. Het contrast tussen enerzijds de kleurrijk en wel-doorvoed vormgegeven plantage-eigenaar en zijn familieleden en anderzijds de vele tot slaaf gemaakten loopt in het oog. In 1823 dacht men beslist heel anders over dit soort zaken dan we tegenwoordig doen…

We hebben de figuurtjes gemaakt van polyurethaan, een heel sterke en eenvoudig te modelleren kunststof waarvoor het Surinaamse klimaat geen bedreiging vormt. Alle figuurtjes zijn stuk voor stuk met de hand uitgesneden en ook de schepen zijn hand-werk. Voor die laatste hebben we op sommige plekken onderdelen gemaakt met onze lasersnijmachine, waarmee we een hoge mate van detaillering kunnen bereiken. Ook de palmboombladeren zijn een product van onze lasersnijmachine; de blaadjes van de kleinere boompjes hebben we gemaakt van snippers papier-maché, net als bij het origineel het geval is.

Een bijzonder gebouw – hoewel, dat zijn ze eigenlijk allemaal… – is de koffieloods op de foto rechts. Die meet in het echt 30 bij 13 meter en heeft een begane grond en twee verdiepingen, waarvan de bovenste het ‘puntdak’ draagt. Ervoor liggen hopen koffie-bonen op de droogvloer; de tot slaaf gemaakten zijn continu bezig deze hopen te keren om het droogproces te bevorderen. Op de zolder van het gebouw ging het droogproces verder. Daarom staan de blauwgeverfde luiken open.

Leuk weetje: de originele koffieloods bestaat nog steeds. Hij is helemaal gerestaureerd en staat nu op de Plantage Peperpot in Suriname.

In het water van de kreek ligt een tentboot (eerste grote foto hieronder), zij het dat de ‘tent’ (een stoffen afdakje) ontbreekt. Op de achtersteven prijkt een medaillon met de letters PKH, een afkorting van Plantage Kerkshoven. Net als de gebouwen is ook deze boot vreemd scheef, bij nadere beschouwing.

De door ons gebouwde maquette werd vanaf half maart geëxposeerd in het Nationaal Archief Suriname in Paramaribo, als een van de topstukken van de tentoonstelling ‘Uit de schaduw van het diorama: Plantage Kerkshoven’. Na afloop van die expositie verhuisde de maquette naar Museum Bakkie, waar hij een vaste plek heeft gekregen.

Een geweldige opdracht met tal van uitdagingen, maar met een resultaat waarop ons modelbouwatelier zeer terecht trots is!

Een kleine aanvulling op het Bouwverslag van maart. In het item over de BP-maquettes staan er naast een stel foto’s van de bouw ook een paar afbeeldingen die weergeven hoe de trainingsruimte er nu uitziet, met alle drie de maquettes op hun plaats en voorzien van de bijbehorende scenery.

Dat laatste klopte niet helemaal bij de maquette van de ‘Bundels’: de foto toont weliswaar de warmtewisselaar-installatie, maar niet de gebouwen die daar ook bij horen. Omdat het niet heel duidelijk te zien is, hierboven een foto van het zogenoemde ‘fornuis’. Het staat op de foto rechts ongeveer ter hoogte van de hijskraan.

Hieronder nog een foto van drie van de vier mini-diorama’s die ook onderdeel waren van de opdracht aan ons modelbouwatelier.

Mei 2024

Castle Stalker

Hij was een aandachttrekker van formaat in onze stand in de Modelbouwshow, het onderdeel van ‘Dordt in Stoom’ waar we eind mei aan deelnamen. We bedoelen natuurlijk onze maquette van ‘Castle Stalker’, hierboven links op de foto. Onze collega’s van het modelbouwatelier hebben de maquette ‘met frisse tegenzin’ van zijn plek in ons Schotland afgehaald en in de speciaal ervoor gemaakte transportkist geladen. Ze hebben zelfs de bodem van de kist nog van ‘water’ voorzien, zodat de sokkel van de maquette nog duidelijker een eilandje is. Ook het origineel staat op zo’n eilandje.

Een van onze elektronica-experts had het gebouw nog voorzien van verlichting. Binnen branden in diverse vertrekken lampen en zijn er flakkerende ‘haardvuren’ te zien en aan de buitenkant verlichten heel kleine ledspotjes de muren. Dat konden we op de beurs niet laten zien: er was daar geen ‘dag/nacht-cyclus’ zoals in onze miniatuur-wereld…

Na afloop van de beurs is de maquette weer teruggeplaatst, tussen de Forth Bridge en het Falkirk Wheel en weer aangesloten op de elektriciteitsvoorziening. Hij blijft voortaan ook op die plek: de maquette is eigenlijk te kwetsbaar om steeds maar weer weggehaald en weer teruggeplaatst te worden. Omdat we op beurzen toch graag een maquette bij ons hebben om te vertellen over bouwtechnieken en materialen (en de kennis en kunde van de mensen van ons modelbouwatelier!), gaan onze modelbouwers een speciale ‘beurs-maquette’ bouwen. Zij blij, wij blij, om maar te zwijgen van de bewoners van Castle Stalker…

Op de foto van Castle Stalker kunt u achter de zeilboten een nieuwe aanwinst zien. Die ziet u hier in volle glorie: de Hydro-elektrische Energiecentrale van Loch Sloy. Het origineel ligt op de westelijke oever van Loch Lomond, tussen het aan Loch Lomond gelegen gehucht Inveruglas en Loch Sloy, een klein meertje dat vooral wordt gevoed door regen (er valt gemiddeld maar liefst 3 meter per jaar…) en dat 280 meter boven Loch Lomond ligt.

Water liep al uit Loch Sloy naar beneden door een smalle kloof en het was relatief eenvoudig om daar een dam te bouwen. De foto rechts toont de echte dam; hij staat in het klein ook bij ons, vrijwel tegen het plafond van de Groot-Brittannië-kelder aan en noodgedwongen veel minder hoog boven de centrale dan in het echt.

Het grootste probleem bij de bouw van het complex (die startte tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog) was het vinden van arbeidskrachten: in 1944-1945 waren die heel dun gezaaid. Een groot deel van het complex is aangelegd door Duitse krijgs-gevangenen. Ook dat is bij onze maquette wezenlijk anders…

Op de foto hieronder ziet u hoe steeds meer details van Schotland worden ingevuld. Er verschijnen huizen, auto’s en een enkele ruiter op de weg boven de kade langs Loch Lomond, terwijl op de kade zelf wandelaars van het mooie weer genieten (in onze miniatuurwereld regent het nooit - en enkele waterleidingbreuk daargelaten…) en een versnapering kopen aan een kraampje.

Deze foto is genomen tussen 1 juni 1878 en 28 december 1879. Hij toont de eerste Tay Bridge, een treinbrug met één spoor tussen de plaatsen Dundee en Wormit in Fife. De brug verving de ‘trein-veerboot’ die over de Firth of Tay heen en weer voer. Hij was (om kosten te besparen, zei men) opgebouwd uit tralieliggers, die werden ondersteund door ijzeren pijlers met kolommen van gietijzer en smeedijzeren kruisverstevigingen. De brug werd officieel geopend op 1 juni 1878. Helaas stortte hij in tijdens een storm op 28 december 1879, terwijl er een passagierstrein van de North British Railway (NBR) overheen reed. Niemand overleefde dit ongeluk. Nader onderzoek wees uit dat bij het ontwerp van de brug te weinig rekening was gehouden met harde wind.

Een paar jaar later startte de bouw van een nieuwe brug, pal naast de resten van de oude (die op de foto hiernaast nog te zien zijn). Deze tweede Tay Bridge is bijna 4,5 km lang, heeft twee railsporen en is officieel geopend in 1887, nadat er een reeks intensieve testen was uitgevoerd. In 2003 heeft hij een opknapbeurt ondergaan die vanwege de omvang en complexiteit een ‘British Construction Industry Engineering Award’ heeft gekregen.

Ook in onze miniatuurwereld hebben we een plekje weten in te ruimen voor deze – gezien zijn historie – gedenkwaardige brug, zij het dat we maar ruimte hebben voor een héél klein stukje - en hij valt ook nogal in het niet naast zijn rode ‘monstercollega’, de beroemde Forth Bridge. Daar ligt hij gezien vanuit de bezoekersruimte achter. U kunt hem helaas alleen goed zien als u een rondleiding ‘Achter de schermen’ boekt!

De grens van het Romeinse rijk werd op de Britse eilanden gemarkeerd door een stenen muur met een aantal fortificaties: Hadrian’s Wall. Ook in onze miniatuurwereld gaat die een fysieke barrière vormen tussen Engeland en Schotland: de eerste stenen zijn gelegd (al zijn ze in het nog maagdelijk witte gips heel moeilijk te zien…).

Het Falkirk Wheel is al eerder genoemd in deze verslagen, en terecht natuurlijk. U hebt kunnen lezen dat de scheepslift zelf de 24 meter van het Roughclyde Aqueduct naar het bassin beneden overspant. Om echter het Forth and Clyde Canal te bereiken, moet men alsnog aan de noordkant van het bassin een tweetal sluizen passeren. Die sluizen zijn nu ook gebouwd bij onze maquette, net als de aanlegsteigers in het bassin zelf. Zo zijn we weer een stapje dichter bij de exacte weergave van de werkelijkheid gekomen!

In de hoek van de ‘Groot-Brittannië-kelder’ is de stad Edinburgh aan het groeien. Er staan al aardig wat gebouwen, zoals u op de foto hieronder kunt zien. Een aantal daar-van is al voorzien van verlichting. Vooraan herkent u – als u deze Bouwverslagen trouw en nauwgezet leest, althans – het witte gebouw waarin Edinburghs oudste pub, The White Hart Inn, is gevestigd (zie het Bouwverslag van januari 2024). Het hoge, bruine gebouw in het midden is het pand 14 Cockburn Street, waarover we vertelden in het Bouwverslag van november 2023.

Al in het Bouwverslag van november 2022 (!) berichtten we dat onze modelbouwer was begonnen met de bouw van de maquette van een volgend Schots kasteel (Eilean Donan Castle was vrijwel klaar): Dunnottar Castle. Dat heeft door allerlei oorzaken een tijd stilgelegen, maar gelukkig heeft hij de draad nu weer opgepakt!

Op de foto hierboven is een studie te zien waarbij de ‘gebouwen’ zijn gemaakt van stukken polystyreen. Als het totaalplaatje klopt, kunnen die vervangen gaan worden door ‘echte’ gebouwen – al verdienen ze die naam niet: het kasteel is in de afgelopen eeuwen heel wat keren het centrum van gewapende conflicten en zelfs oorlogen geweest die de nodige schade hebben aangericht. Daardoor zijn er tegenwoordig van het eigenlijke kasteel alleen nog maar ruïnes te zien.

De gevels zijn gemaakt van mdf-plaatmateriaal van 1,5 en 2 mm dik.

Het feit dat er vrijwel alleen nog maar ruïnes staan, heeft een voordeel: we hoeven maar een paar daken te maken… Het heeft echter ook een nadeel: nu moet niet alleen de buitenkant, maar ook de binnenkant van de muren van een steenprofiel worden voorzien! Dat doen we met polystyreen van 3 mm dik, op maat gesneden in de laser-snijmachine, die er ook het steenprofiel heeft ingebrand.

Een collega-modelbouwer heeft een handje geholpen bij het vastlijmen van die geveldelen op de mdf-gevels. De foto’s van het echte kasteel zijn daar een onmisbaar hulpmiddel bij.

Op de foto rechts staat de basisvorm van de entree van het kasteel (de twee schuin op elkaar staande, met polystyreen beplakte gebouwtjes), dat als een ‘inzetstuk’ in de maquette geplaatst wordt. De ondergrond is hier alleen nog maar een stuk dun gaas dat in de juiste vorm is geplooid.

Het geheel ziet er al heel anders uit als de gevels van de gebouwen in de juiste basiskleur zijn geschilderd en op het gaas een laagje gips is aangebracht, dat ook in diverse tinten bruin een rotsachtige kleur heeft gekregen.

Met de juiste hoeveelheid groen en geel strooisel zijn we weer een stap verder op weg naar een natuurgetrouw eindresultaat.

Het inzetstuk is met gebouwen en al op zijn plaats gezet in de ‘rots’, die de basis is van het kasteel. Het staat aan de rechterkant, tussen het plateau waarop de ruïnes staan en de weg beneden. Dat we het – zoals wel vaker het geval is – op sommige plekken niet zo nauw nemen met de werkelijkheid, blijkt ook hier: bij het echte Dunnottar Castle loopt beslist geen spoorlijn door de berg waarop de ruïnes staan…

De foto rechts laat nog meer vorderingen zien: met pleistergips is de ruimte rond het inzetstuk aangesmeerd. Ook rond de gevels is een extra modellering met hetzelfde materiaal aangebracht.

Daarna heeft onze modelbouwer de nieuwe gipslaagjes geschilderd in de basiskleur, zodat die een meer ‘rotsachtig’ karakter hebben gekregen. Daarmee is het geheel klaar voor de volgende stap: het aanbrengen van strooisel.

Op 17 mei werd er een forse kist bezorgd bij ons. Die bevatte een gloednieuwe laser-snijmachine. De oude had het na jaren trouwe dienst en zéér intensief gebruik helaas opgegeven en omdat we bij het bouwen van maquettes tegenwoordig vrijwel helemaal afhankelijk zijn van de snelheid en vooral de exactheid van zo’n apparaat, moest er een nieuwe komen.

Na het uitpakken, op zijn plaats zetten, aansluiten op het elektriciteitsnet en de afzuiging en het uitvoeren van de andere handelingen die nodig zijn om een dergelijke machine aan het werken te krijgen, volgde de eerste ‘proefsnijding’. Dat ging goed, maar, zo vertelde Dido Geluk, teamleider van ons modelbouwatelier:

Juni 2024

Dunnottar Castle

De maquette van Dunnottar Castle heeft een volgend stadium bereikt: alle gebouwen zijn nu vanbinnen en vanbuiten voorzien van natuurgetrouw gesteente. Een paar dragen een ‘leien’ dak; de rest laat zien een echte, dakloze ruïne te zijn…

Het hele terrein is klaar voor het afstrooien met fijn en grof strooisel in verschillende kleuren groen voor een zo natuurlijk mogelijk eindresultaat.

Het ronde gat in de bodemplaat wordt de plek van een vijver. Hier is te zien dat er ook hekwerken zijn geplaatst, zowel langs de grenzen van het bij Dunnottar Castle behorende terrein als rond de toekomstige vijver. Die hekwerken zijn met de hand gemaakt van 0,6 mm dik (nou ja, eerder dun) triplex.

Volgens onze modelbouwer moeten de lege groene velden nog wat extra bruin/gele inkleuring krijgen. “Op die manier wordt het geheel nog een beetje meer verfijnd en krijgt het ook wat meer diepte”, zo zei hij.

In een later stadium zullen we ook bij dit pareltje miniatuurledspotjes aanbrengen die voornamelijk ‘strijklicht’ langs de diverse gevels zullen geven. Daardoor zal de fijne structuur van de stenen (die is gerealiseerd door het inkerven van de groeven) nog beter tot zijn recht komen – zeker tijdens de ‘Miniworld-nacht’.

Op de grote foto hieronder staat de bekende Forth Bridge. Die is inmiddels voorzien van dubbelspoor waarop een locomotief heen en weer rijdt. Het spoor op de brug kan door ruimteproblemen helaas niet worden aangesloten op de rest van ons Schotse spoorwegennet, dus hebben we noodgedwongen voor deze oplossing gekozen.

Ook bij het Falkirk Wheel zijn we weer een stap verder: de maquette van het typisch vormgegeven bezoekerscentrum is gebouwd en staat op zijn plek langs de ‘kade’.

Op de ‘vogelvluchtfoto’ rechts is te zien dat het gebouw door zijn vorm een heel mooie aanvulling is op het ronde bassin.

De volgende stap wordt het plaatsen van een hoeveelheid poppetjes en andere scenery-dingetjes om het geheel te verlevendigen. In het echt is het Falkirk Wheel een toeristische attractie van de eerste orde, en dat zal in onze miniatuurwereld niet anders zijn! Ook komen er nog wat roeibootjes en misschien een enkele zogenoemde narrowboat (zie het Bouwverslag van januari 2023) te liggen langs de aanlegsteigers.

Ons Edinburgh wordt steeds voller. Steeds meer huizen, winkels en andere gebouwen krijgen hun vaste plek en worden vervolgens van verlichting voorzien (als die al niet eerder tijdens de bouw is aangebracht).

Ook zijn we bezig met het inbouwen van een leuke scène: via een al geïnstalleerde drukknop kun je een onweersbui boven de stad laten losbarsten (zonder regen, weliswaar, maar u begrijpt dat dat technisch niet te realiseren is zonder grote schade aan de maquettes toe te brengen), waarna in een van de gebouwen ‘brand uitbreekt’. Vervolgens komen de Edinburghse hulpdiensten met sirenes en zwaailichten aanrijden om hulp te verlenen, terwijl de rook uit het dak slaat. Gelukkig loopt alles met een sisser af…

Op YouTube hebben we een filmpje geplaats waarin het resultaat van een eerste test is te zien. Klik hier.

Een van de mensen die onze Commando Centrale bemannen heeft er blijk van gegeven ook aardig weg te weten op modelbouwgebied. Hij kreeg (nadat hij daarom gevraagd had…) de opdracht om een model te maken van een hoogspanningsmast. Langs onze ‘polderbaan’ staan namelijk nog steeds masten van een Duits model en dat is - al zal het misschien niet heel veel mensen opvallen - niet zoals het hoort. Gewapend met een camera trok hij naar een paar masten in de buurt van zijn woonplaats en begon te bouwen, met de mast op bovenstaande foto als knap resultaat. Binnenkort gaan we de lasersnijmachine aan het werk zetten om uit karton de onderdelen voor een aantal van deze masten te snijden.

Deze drie foto’s zijn van een ander project van dezelfde modelbouwer. Eigenlijk op eigen houtje is hij begonnen aan een model van een treinstel van de Rotterdamse metro, dat bij de mensen van ons modelbouwatelier zeer in de smaak viel. Op basis van foto’s en video’s en na een heleboel meet- en rekenwerk maakte hij digitale tekeningen van dat model, die hij gebruikte als input voor zijn 3D-printer. “Gelukkig”, zo zei hij, “hebben ze op Oostplein een paar mooie voor- en zijaanzichten op de muren staan. Die kon ik goed gebruiken!”

Bij nadere inspectie van het resultaat dat uit de 3D-printer kwam bleek al snel een van de nadelen van die werkwijze: prima voor een prototype, maar niet voor iets dat langer moet meegaan. Zo brak de bevestiging van de ramen al heel snel af, wat leidde tot aanpassingen in het ontwerp.

Nóg een project: nieuwe billboards. Een aantal bedrijven in én buiten Rotterdam ondersteunen ons financieel. Een van de manieren waarop dat kan is door het laten plaatsen van billboards met daarop de bedrijfsnaam, een logo of een andere uiting (voor meer informatie: klik hier!).

Met als uitgangspunt een paar reclamemasten die nu al in de miniatuurwereld staan, heeft onze modelbouwer “uit de losse pols” (volgens eigen zeggen) een paar prototypes gebouwd. U kunt ze binnenkort komen bewonderen.

Midden op deze mooie overzichtsfoto van een stukje Rotterdamse binnenstad (er zijn minstens 15 bekende gebouwen en objecten te zien) staat een nieuw pareltje: het markante gebouw van Café De Unie. Het origineel van dit gebouw, een ontwerp van de architect J.J.P. Oud, stond sedert 1925 aan het Calandplein in Rotterdam als een tijdelijke opvulling van een braakliggend terrein tussen twee hoge gebouwen. Het is te zien op de foto hiernaast. Bij het bombardement van Rotterdam in mei 1940 werd het gebouw helemaal verwoest.

In 1986 werd een nieuw Café De Unie gebouwd aan de Mauritsweg. Dit is een ontwerp van Carel Weeber, die de prominente gevel van het origineel van J.J.P. Oud tot in detail kopieerde. In eerste instantie werd het gebouw gebruikt als debatpodium door de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur. Op de begane grond was een café-restaurant gevestigd met een klein theater erachter.

Na in 2014 te zijn veranderd in een lunchroom, wijnbar en nachtclub (met regelmatig klachten over geluidsoverlast) heeft het gebouw al weer een paar jaar een ‘eetbestemming’.

In onze maquette zijn op de beproefde en al eerder beschreven manier een interieur en verlichting ingebouwd. Weer een oud stukje Rotterdam bewaard – en niet alleen op een paar zwart-wit foto’s, maar ook in drie dimensies!

Een voorbeeld van hoe onze miniatuurwereld blijft veranderen. Voor een van onze nieuwe partners, ‘Volvo Klassiekers’ uit Barneveld, hebben we een bestaand plekje omgeturnd tot een echte eigen vestiging – in miniatuur, weliswaar.

Een beetje verstopt achter een paar bomen stond al tijden een typische ‘jaren 70’-garage met tankstation. Dat was een mooi object om onder handen te nemen. Hier en daar een beetje bijschilderen, nieuwe logo’s maken en erop bevestigen en nieuwe ledverlichting erin aanbrengen.

Om de zichtbaarheid te vergroten hebben we de hoge bomen gekapt (daar hebben we bij de bevoegde instanties netjes vergunning voor aangevraagd én gekregen) en op de vrijgekomen plek een modern speeltuintje aangelegd. Nu hebben de kinderen van onze mini-klassiekerliefhebbers ook iets leuks te doen als Pa staat te dromen bij zo’n mooie oldtimer…

Juli 2024

Verbouwing winkel

Op 2 juli was het zover. Een ploeg medewerkers van Miniworld Rotterdam liet zien meer te kunnen dan alleen maar mooie maquettes en elektronica-effecten bouwen: zij namen de uitdaging aan om in een paar dagen de ‘Miniworld-winkel’ te verbouwen.

Waarom? We wilden het aangeboden assortiment meer gaan afstemmen op ‘de modelbouwer’ en hebben een overeenkomst gesloten met ‘De Kleine Benelux b.v.’ uit Meppel. Dit bedrijf, importeur van auto-, vrachtwagen-, bus- en vliegtuigminiaturen in verschillende soorten en schalen voor de gehele Benelux, wilde ons graag assisteren met de aanpassing van het winkelaanbod én de inrichting van de winkel.

Dus, ’s morgens werden eerst de schappen tegen de muur naast de trap naar onze Groot-Brittannië-kelder leeggehaald, waarna we de wand (waarachter we nog een verwarmingsradiator aantroffen…) konden weghalen. Die achterwand vervingen we door de wandpanelen die in het restaurant stonden en waarin de werkstukken van de finalisten van de laatste ‘Klein maar Fijn’-aflevering waren opgesteld. Zo kwam er een fraaie, donkerblauwe achterwand te staan.

Tegelijk daarmee bouwden we het frame op voor de wand waaraan de nieuwe stellingen bevestigd gaan worden.

Tegen dat frame bevestigden we gipsplaten, wat nadat de voegen waren afgewerkt met vulmiddel een keurige gladde wand opleverde. We waren toen al twee dagen bezig.

De volgende stap was het monteren van de dragers van de stellingen en daarna die stellingen zelf op de juiste plek aanbrengen…

…en dan al die artikelen weer op een aantrekkelijke manier op de stellingen uitstallen!

Ook de stellingen aan de wand die de doorloop naar de miniatuurwereld scheidt van het restaurant moesten eraan geloven. Die vervingen we door exemplaren van hetzelfde type als die aan de andere kant. Zo kregen beide kanten van de winkel een uniforme uitstraling.

Nu hebben we aan de linkerkant (als je met de rug naar de entreebalie staat) het ‘oude’, meer op speelgoed en spelletjes gerichte assortiment staan en aan de andere kant de trein- en modelbouwartikelen.

Het duurde iets langer dan we gepland hadden, maar we zijn wel trots op het resultaat en ook konden we zeggen: “Tijdens de verbouwing was de winkel gewoon open en ging de verkoop gewoon door…”!

Aan de voet van de heuvel waarop ons Edinburgh steeds groter wordt, ligt een stationsgebouw. U moet wel een héél goed geheugen hebben als u zich herinnert dat deze maquette al eerder in een Bouwverslag voorkwam: in dat van september 2020 om precies te zijn…

In dat verslag vertelden we van het ‘hergebruiken’ van oude maquettes en lieten zien hoe een oud stationsgebouw werd getransformeerd naar een hotel. Naast een algemene restauratie maakten we fraaie glas-in-lood-raampjes en verzorgden een ‘interieur’, met mooie gordijnen achter de ramen.

We vonden echter geen plek voor deze opgefriste maquette en hij heeft dus nooit in zijn nieuwe verschijning in de miniatuurwereld gestaan.

Onlangs kwam een van onze modelbouwers op het idee om het hotel weer terug te veranderen in een station. Zo gezegd, zo gedaan: nadat hij de tierelantijnen en andere niet passende veranderingen had verwijderd en het gebouw weer van een ‘stationsuitstraling’ had voorzien, kreeg die oude maquette toch de plek die hij verdiende - en zeg nu zelf: hij staat daar toch heel mooi te zijn!

In ons Victoriaanse kavel, links achterin de Groot-Brittannië-kelder, liggen een paar straatjes langs de Caen Hill Locks.

De huizen in die straatjes zijn ruwweg gebaseerd op de televisieserie over de Peaky Blinders, een criminele bende uit Birmingham, en hun activiteiten kort na de Eerste Wereldoorlog (het Victoriaanse tijdperk was een paar decennia eerder, maar wie zegt ons dat we consequent moeten zijn…?).

De foto hiernaast toont drie van de kopstukken van de serie, met in het midden bendeleider Thomas Shelby. Als u de serie op Netflix hebt gevolgd, herkent u ze beslist.

De beelden uit de serie zijn van invloed geweest op de inrichting van dit Engelse deel van ons Groot-Brittannië. We hebben geprobeerd om de sfeer van die beelden over te brengen naar ons kavel: de huizen, de auto’s, de rijtuigen en de zo kenmerkende ‘somberte’ van die tijd. Dan mogen de hoofdpersonen uit de serie natuurlijk niet ontbreken!

Op YouTube staat nog een kort filmpje waarin het kavel ‘in vogelvlucht’ wordt getoond met de fabrieken en werkplaatsen in volle actie.

In het Bouwverslag van de vorige maand schreven we dat we bij Dunnottar Castle nog wat ledspotjes wilden plaatsen om de structuur van de stenen muren (nog) beter te laten uitkomen, want de grillig gevormde groeven tussen de stenen willen zonder de juiste belichting nog wel eens ‘wegvallen’.

Dat zou met strijklicht moeten gebeuren, niet met ’gerichte’spotjes. U ziet hier, dat onze elektronica-experts daar hun hand niet voor omdraaien.

Omdat onze ‘dag/nacht-cyclus’ in Groot-Brittannië nog niet operationeel is, hebben we de foto’s een beetje bewerkt om het effect van dat strijklicht duidelijker te laten uitkomen.

Dit militaire mini-voertuig wordt een onderdeel van een nieuwe scène die we aan het bouwen zijn. Ook de andere foto’s bij dit artikel laten daar al iets van zien.

We mogen (en willen…) niet op de zaken vooruitlopen, maar we lichten alvast een klein tipje van de sluier: de scène heeft alles te maken met een gedenkwaardige gebeurtenis die begin augustus 1944 plaatsvond.

In onze nieuwsbrief van augustus (en het Bouwverslag van diezelfde maand) kunt u meer hierover lezen!

Hij ligt niet meer op de grens tussen Engeland en Schotland (die ligt tegenwoordig een paar kilometer verder naar het noorden), maar Hadrian’s Wall was in de tijd dat de Romeinen in deze streken rondliepen de noordgrens van het Romeinse rijk. Keizer Hadrianus gaf in het jaar 122 na Christus opdracht tot de bouw. Zes jaar later stond er een muur van 117 km lengte tussen de Solway Firth in het westen en de monding van de Tyne in het oosten.

In onze Britse miniatuurwereld wordt de Schots-Engelse grens wél gemarkeerd door Hadrian’s Wall in het klein. Het is echter zeer bijzonder dat onze ‘Angel of the North’ aan de Schotse kant van de grens staat – dat hebben de Schotten in het echt nog niet voor elkaar gekregen!

Een aardig weetje: in 142 na Christus deed Hadrianus’ opvolger, keizer Antioninus Pius, dit nog eens dunnetjes over en liet een tweede muur bouwen, ruwweg tussen waar nu Old Kilpatrick ligt aan de Firth of Clyde in het westen en het huidige Bo’ness bij Falkirk aan de Firth of Forth in het oosten. Daarmee verschoof de grens van het Romeinse rijk een stukje naar het noorden. Al na 20 jaar trokken de Romeinse garnizoenen zich echter terug naar de oude grens. Van deze ‘Antonin’s Wall’ is nog maar heel weinig bewaard gebleven.

Iets anders: in september 2023 werden de Britten ruw wakker geschud door een daad van vandalisme: wandelaars ontdekten dat de beroemdste boom van het land, de ‘Sycamore Gap Tree’, slachtoffer was geworden van iemand met een motorzaag. De esdoorn stond vlak naast Hadrian’s Wall, midden in een dal. Hij kwam nadrukkelijk in beeld in de film ‘Robin Hood, Prince of Thieves’ uit 1991 en werd in 2016 gekozen tot Engelse Boom van het Jaar.

‘Goed voorbeeld doet goed volgen’ is een bekend gezegde in Nederland. Slechte voorbeelden dienen bij voorkeur níet gevolgd te worden, maar toch hebben enkele mini-onverlaten het niet kunnen laten om ook in onze miniatuurwereld een mini-esdoorn om te zagen…

We keken gealarmeerd op toen Nessie bij haar door de drukknop in gang gezette rondgang niet alleen maar oerkreten slaakte (dat is vaste prik, tenslotte), maar ook rooksignalen begon af te geven… De reden was een spontaan opgetreden kortsluiting in de motor die haar op haar tocht over het Loch voortstuwt. Door die kortsluiting ontstond er een brand(je) in een zogenoemde OC32 die daardoor onherstelbaar beschadigd werd. Snel ingrijpen van onze medewerkers, daarbij geassisteerd door leden van de Schotse mini-brandweer, voorkwam erger.

De foto hieronder geeft een detail van de Hydro-elektrische Energiecentrale van Loch Sloy, al in een vorig Bouwverslag vermeld geweest. Waarom nu weer? Om te laten zien met welk vakmanschap (en geduld, en een vaste hand…) onze modelbouwer het onder de centrale uitstromende water heeft gemaakt. Hulde!

Augustus 2024

Landing Prinses Irenebrigade

September 2024

Viskotter UK47 voor Oveon

Oktober 2024

Rotstekeningen bij holbewoners

November 2024

Onderstel voor rangeerbaan

December 2024

Containerschip op zijn plek

Alle bouwverslagen